Adriaan Bontebal

Adriaan Bontebal

Boksbal

Wanneer ik buiten fiets
                 – ik fiets altijd buiten
                 ik ben klein behuisd -
                 en de regen me doorweekt
                 terwijl ruk- en valwinden
                 op me inbeuken
                 zodat ik slalom
                 als een beschonkene
                 bedenk ik
Zolang ik tegen
                 de elementen vecht
                 vecht ik niet
                 tegen mezelf
 

 

 Adriaan Bontebal
(uit: Overleven met het oorsmeer in de ketting)

Aad schreef gisteren nog op zijn blog. Een kort verhaaltje zoals hij er vele schreef. Over het leven in de stad, meestal dicht bij huis. Hij overleed afgelopen nacht in zijn hofjeswoning in de Schilderswijk.

De laatste strofe uit bovenstaand gedicht kenmerkt Aad zoals ik hem kende. Een man die getalenteerd was, raak kon schrijven, volgens zichzelf weinig ambitieus was en vooral ook veel worstelde met zichzelf.

In de jaren negentig leerde ik Aad kennen in de Bordelaise aan het Huygenspark waar hij literaire avonden organiseerde. Behalve een collega werd hij ook een vriend die voor me klaar stond in een van de zwartste periodes van mijn leven. De angst waarin ik leefde was herkenbaar voor hem waardoor hij precies wist hoe hij me kon bijstaan. Later deed ik hetzelfde voor hem. Door de jaren heen zag ik hem vechten tegen zijn angsten, soms leek hij ze te boven te komen maar al te vaak duwden ze hem weer keihard kopje onder.

De laatste tijd zag ik hem steeds minder. Via de mail hadden we nog wel eens contact.

Begin januari kreeg Aad te horen dat hij ongeneeslijk ziek was. Hij zou hooguit nog een maand of negen hebben. Hij schreef er niet over maar voor degenen die het wisten was er tussen de regels door te lezen hoe het hem bezighield.

Op 8 januari jl schreef hij:

Ook, zoals vaak, het volgende heb ik, denk ik, weleens geschreven: ik heb een stuitend gebrek aan ambitie. Wat mijn schrijven betreft: een aantal jaren achtereen heb ik met mijn gedichten en verhaaltjes op podia gestaan in elke uithoek van het land, en daartussen. Meer dan duizend maal. Ik heb veel op de radio gedaan, met als hoogtepunt een tijdlang iedere maand een nieuw verhaal in De Avonden, met Wim Brands en Wim Noordhoek. Dingen op tv gedaan. In bladen gepubliceerd (ik heb samen met Jane Seymour in de Playboy gestaan, dat wil zeggen in hetzelfde nummer, dat wil zeggen ik met woorden.) Nooit heb ik het idee gehad: laat ik eens wereldberoemd in Nederland worden. Een stuitend gebrek aan ambitie. Met mijn schrijven heb ik altijd en nog steeds alleen maar mijn eigen zin gedaan: als ik het maar naar mijn zin heb. Wat is de zin van het leven? Zorgen dat je doet waar je binnen de perken zin in hebt. De meeste lol haal ik momenteel uit mijn weblog. Natuurlijk schrijf ik meer, voornamelijk verhalen, en die staan ergens op mijn harde schijf. Het is nog te weinig/niet goed genoeg voor een bundel. Laatst dacht ik: stel nou dat je, door een ziekte of zo, weet ik veel, een idee hebt wanneer je ongeveer dood zal gaan, wat doe je nog? Wat ik zal doen is, wanneer de tijd naakt, mijn pc aanzetten en al die verhalen, gedichten ook, wissen. Dan verzamel ik alles dat ik op papier heb: aantekeningen, ongepubliceerde verhalen en gedichten en stook een fikkie voor mijn deur. Alles is ijdelheid, misschien ook dit.

 http://www.bloggen.be/adriaanbontebal/archief.php?ID=1618495

Een goot met uitzicht (Verhalen – In de Knipscheer, Amsterdam 1988)
De ark (Proza – In de Knipscheer, 1990)                                                                                                                                                                                                                                                        Charmante jongen, sportief tiep. Miniaturen (Proza – DOEN Uitgeverij, Den Haag, 1995)                                                                                                                                                          Overleven met het oorsmeer in de ketting. (Gedichten – Innocenti, Utrecht, 1996)                                                                                                                                                           Katten vlooien (Proza – De Nieuwe Haagsche, Den Haag, 2005)                                                                                                                                                                                                             Adrenaline (Proza – Free Musketeers, Zoetermeer, 2010)

Gedichten van Adriaan Bontebal zijn te vinden in Komrij’s Nederlandse poëzie van de 19de t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten (Bert Bakker, Amsterdam, 2004) en in 25 Jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005 in 666 en een stuk of wat gedichten (BnM Uitgevers, Nijmegen, 2006).

 

  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op Digg Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Hyves Voeg toe aan je Facebook-profiel Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Plaats dit bericht op Twitter