Mijn Koninginnedag
Nee, ik ben niet in Den Haag.Ik vier daar dus geen Koninginnedag. Jammer van de “nach“, jammer van de sfeer. En ik ga niet naar de Ambassade om met de kennissen daar een glas Oranjebitter te drinken. Ik blijf thuis. Wel hangen wij altijd op 30 april en 4 en 5 mei de vlag uit. Op de Monte Bandita in Umbrie wappert er dan in het bos een eenzame rood-wit-blauwe vlag. Hoewel mijn vrouw en ik niet zo van het Koningshuis zijn, kunnen we niet ontkennen dat de dag een bijzondere sfeer heeft. Dat komt omdat ook onze zoon jarig is. Die viert het trouwens in Duitsland en is even oud als Willem-Alexander.
Er zit een verhaal bij die geboorte. Wij hadden gedemonstreerd tegen het huwelijk van Beatrix en Claus om dezelfde waanzinnige reden waarom het Nationaal Comité een volstrekt integer gedicht niet laat voorlezen van een jongen van 15 jaar die iets over een gesneuvelde oom schrijft: nl. een structuur identiek met een individu te verklaren. Plus de misvatting dat als je ergens niet over praat het niet bestaat. Schrap je het woord fascisme uit de van Dale bestaat die stroming niet meer. Als een structuur slecht is kunnen er toch fantastische mensen binnen die structuur zijn. Dat geldt voor Rooms-katholieke geestelijken, dat geldt voor Duitse soldaten waarvan Claus er één van was, dat geldt ook voor Nederlandse soldaten in Indonesië waarvan er ook enkelen tot massamoordenaar werden veroordeeld. [Lees verder...]



Neen, deze titel heeft niets met goed gerecenseerde voorstelling van Paul de Leeuw te maken (als oud-theaterdirecteur kan ik alleen zeggen dat ik hem in het theater veel en veel beter vond dan op de tv), maar alles met de vele zorgen die ik mij maak over de ontwikkeling van mijn goede geboorteplaats: Scheveningen.



