Artikelen van HansFranse

HansFranse geboren in Scheveningen in de koude winter van 1939 op 1940. Moest in 1943 weg vanwege de bezetter. Toen naar Rijswijk, daarna naar Amstelveen. Deed gymnasium in Amsterdam, daarna de Kweekschool die ik in Den Haag voltooide na de dood van mijn moeder.Studeerde Nederlands en muziek. Trouwde zwierf door Nederland en de wereld, kwam in 1995 in Scheveningen, zelfs `op`Scheveningen, terug. Ik schreef zes boeken, waarvan 3 over Den Haag.

Mijn Koninginnedag

Nee, ik ben niet in Den Haag.Ik vier daar dus geen Koninginnedag. Jammer van de “nach“, jammer van de sfeer. En ik ga niet naar de Ambassade om met de kennissen daar een glas Oranjebitter te drinken. Ik blijf thuis. Wel hangen wij altijd op 30 april en 4 en 5 mei de vlag uit. Op de Monte Bandita in Umbrie wappert er dan in het bos een eenzame rood-wit-blauwe vlag. Hoewel mijn vrouw en ik niet zo van het Koningshuis zijn, kunnen we niet ontkennen dat de dag een bijzondere sfeer heeft. Dat komt omdat ook onze zoon jarig is. Die viert het trouwens in Duitsland en is even oud als Willem-Alexander.

Er zit een verhaal bij die geboorte. Wij hadden gedemonstreerd tegen het huwelijk van Beatrix en Claus om dezelfde waanzinnige reden waarom het Nationaal Comité een volstrekt integer gedicht niet laat voorlezen van een jongen van 15 jaar die iets over een gesneuvelde oom schrijft: nl. een structuur identiek met een individu te verklaren. Plus de misvatting dat als je ergens niet over praat het niet bestaat. Schrap je het woord fascisme uit de van Dale bestaat die stroming niet meer. Als een structuur slecht is kunnen er toch fantastische mensen binnen die structuur zijn. Dat geldt voor Rooms-katholieke geestelijken, dat geldt voor Duitse soldaten waarvan Claus er één van was, dat geldt ook voor Nederlandse soldaten in Indonesië waarvan er ook enkelen tot massamoordenaar werden veroordeeld. [Lees verder...]

Een koffiepot en een espressoapparaat

Kunstwerk Noordpolderkade

Eigenlijk voel ik me wat schuldig: ik ben zo met mijn eigen dingen bezig dat ik niet aan bloggen toekom. Misschien vinden de lezers het helemaal niet erg. Dat is dan een geluk bij een ongeluk. Ik ben zo druk bezig met mijn nieuwe boek over Italië (Rozen in een slechtzittende laars) dat Nederland in het algemeen en Den Haag in het bijzonder ver weg is. Toch was er van de week weer iets, dat mij via een aantal associaties weer terug bracht. Dat had weinig te maken met het feit dat de “laatste Hagenaar” Paul van Vliet vanuit Maarsen weer terug is verhuisd naar Den Haag. Couperus, Flaneur en Paul van Vliet: drie Hagenaars die met een bepaalde sierlijke en nooit groffe pen schrijven. Misschien is dat type Hagenaar wel een archetypische schim: een man die zijn hoed afneemt tussen de krokusjes en iemand die vindt dat Couperus op zolder vergeelt. De Hagenaar is vervangen door de Hagenees, wat mede kwam door Koot en Bie die op “Radio Giraffi” de scheet van de week deden, nadat ze als clichémannetjes vanuit café “De Spogt” aan het biljart keuvelden. [Lees verder...]

Culturele hoofdstad Den Haag: natuurlijke keus

Den Haag is ver weg hier in Italië. Ik bedoel het niet alleen fysiek, maar ook in de geest. Dat komt doordat ik nogal druk werk aan mijn nieuwe boek over Italië, dat “Rozen in een slechtzittende laars” moet gaan heten. Ik ben dan bezig met andere dingen. Maar er waren toch drie aanleidingen om over Den Haag te denken, wat bij mij ook schrijven betekent.

De eerste was leuk. Gisteren tijdens een klein paasdiner in een agriturismo (eten en logeren bij de boer) ontmoette ik een Nederlands echtpaar. Midden in Umbrië ontdekten we dat we op dezelfde school in Rijswijk hadden gezeten, de St. Bonifatiusschool met een deel dezelfde leerlingen, die de angst deelden voor wijlen meester Koopman, die wij Koopluis noemden. Het werd nog gekker toen ik vertelde een Rijswijks vriendje ontmoet te hebben dat in 1950 emigreerde naar Australië (wij bezochten twee jaar geleden Rijswijk) die nu in Brisbane woont waarop twee Australische gasten tegenover ons mededeelden dat zij daar ook woonden en de jongen wel eens ontmoet hadden. Een globale wereld die klein wordt, steeds kleiner. De andere twee waren twee mailtjes, één uit Muzee, één van Iris om mee te praten over invulling van de culturele hoofdstad. Ik zou dat dolgraag willen, maar ben daar niet toe in staat, -Den Haag is nu fysiek te ver weg-, dus ik schrijf maar wat ik erover denk, wat ik al heel veel gedaan heb.

Naar mijn mening moet een culturele hoofdstad van Europa een stad zijn die [Lees verder...]

Het geheim van Dirc Potter

Er was geen Haagse aanleiding om een blog te schrijven: blogs moeten over Den Haag gaan. Hoewel er hier in Italië waar we al weer drie weken rondlopen bijna elke dag wel iets te schriiven is, over een ontmoeting, een plek, een gebeurtenis; alles wat we meemaakten had geen enkel verband met Den Haag. Tot van de week.

We wonen op een  heuvel in een grote stilte en duisternis. Welliswaar worden de lichtjes in het dal steeds lichter en komt er één vliegtuig per dag meer over, maar we zitten ver weg van het gewoel, van “de stad en haar weedom” zoals Frederik van Eeden dat noemde. Maar af en toe gaat het kriebelen en dan trekken wij naar de grote stad. De Engelsen in de buurt kiezen voor Florence, wij kiezen voor Rome, levendig, fascinerend, druk, lawaaierig. Ik vind (ik schrijf dit uitdrukkelijk voor eigen rekening) Rome eerder fascinerend dan mooi. Het stedelijk handschrift is heel wisselend;  je loopt vaak van mooie plek naar mooie plek door een volstrekte stedenbouwkundige chaos. Deze keer wilden wij een tentoonstelling zien die georganiseerd is in de Musei Capitolino, [Lees verder...]

Breedtesport in de wijken, dankzij Piet Vink

Van de week bestudeerde ik weer een dik deel van de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur , de nieuwe grote uitgave van o.a. de Taalunie. Fascinerend om te zien hoe de literatuuropvatting veranderd is. Toen ik op een belangrijk tentamen ooit de literatuur uit de 17e eeuw in een sociologische context plaatste werd ik ernstig, tot bijna opnieuw doen toe, op mijn vingers getikt. Alleen de tekst gold. Deze prachtige boeken, ik heb er nu 5 doorgewerkt, benadrukken juist de sociologische context. Ik mis eigenlijk juist de tekst. Toen ik onlangs met Herman Pleij, die een prachtig boek over de literatuur in de opkomende steden schreef, een glas Gris dronk, een droge naar zweetvoeten smakende Rosé van het zand uit Zuid-Frankrijk, waren we het er over eens dat er nu een nieuwe bloemlezing zou moeten komen. Maar daar is geen geld voor. Ik las “Alles is taal geworden” het deel over de 19e eeuw, waarin zoveel Haagse straatnamen voorkomen.  Toen ik de naam van Abraham Capadose las kreeg ik ineens een associatie: aan de Capadosestraat lag een sportveld. En zo kwam ik via de serieuze  literatuurgeschiedenis op de mogelijkheid een blog te schrijven die ik al heel lang beloofd had.

In 1960 maakte ik kennis met de Haagse Stichting voor lichamelijke opvoeding, [Lees verder...]

Scheveningse Zorgen

Nu ik uit de voorlopige medische hechtenis ben ontslagen en de tandarts de kroon op zijn werk en de kies van mijn vrouw heeft gezet, vertrekken we weer naar Italië: morgen vroeg. Het werk wacht, de groepen en de vrienden. Toch ga ik weer met een gevoel van weemoed weg. Maar helaas niet alleen met weemoed, maar ook met grote zorgen over mijn geboorteplaats Scheveningen, die op de schop gaat. Dat is goed. Toch zijn er veel verontrustende signalen die te maken hebben met megalomane politiek, een slechte communicatie, een niet serieus nemen van de bevolking en een ontkenning van het eigene van Scheveningen.  Dat kan in feite geen effectieve en goede beslissingen opleveren. Waarom niet?

[Lees verder...]

Den Haag per trein

Vier keer per jaar krijg ik een fraai verzorgd krantje in mijn bus, SPOOR , uitgegeven door de NS. Het staat vol met verleidelijke aanbiedingen en aanbiedinkjes. Er komen steeds meer reductiebonnen bij met uiteraard als bedoeling dat wij ons spoorwaarts reppen en op het mooie station Hollandse Spoor en het nooit-mooi-zullende-worden CS (waarom dat geen Staatsspoor meer mocht heten, weet ik niet) ons in één van de fraaie treinstellen herwaarts zullen laten voeren: naar de Efteling of Antwerpen, Leiden, Brussel, Groningen of de zaterdagmatinee. Er staat ook informatie in het kleine kleurige blad.

Van de week viel SPOOR nr. 1 van 2012 in de bus. Op het omslag (tegenwoordig:”cover”) poogt een blonde vrouw in de buitengewoon unieke kleding van nu (laarzen, spijkerbroek, jasje en diep ingesneden t-shirt, zie je nooit is dus uniek) kennelijk aan de haven in Scheveningen ons te verleiden  tot “SHOPPEN EN PIEREWAAIEN”‘, waarachter geschreven staat “Dat kan alleen in Den Haag”. Voor de wat ouderen onder ons: was “Pleisteren en pierewaaien” dichterlijk gezien, niet leuker dan “shoppen en pierewaaien”. “Shoppen” is weer zo gewoon geworden. Toen ik een Haagse dame het woord hoorde uitspreken als “SJOPPI”, wist ik dat ook de uniciteit van het begrip weer voorbij was.

[Lees verder...]

Pulchri Studio en het Panorama

Op de voorpagina van Den Haag Centraal, het weekblad dat ons elke week opnieuw met vreugde vervult vanwege zijn pure bestaan, staat deze week een heel bijzondere foto.De aandachtige kijker ziet vijf dames die gezamenlijk een stuk van een schilderij dragen, dat als zeegezicht te kerkennen is. De locatie is het Voorhout ter hoogte van het gebouw waarin al 111 jaar het schilderkundig genootschap Pulchri Studio gevestigd is.

Nadat het schilderij, gemaakt op locatie door vijf schilderessen, klaar was, werd het, gezien de grootte, in stukken vervoerd naar de jubileumtentoonstelling ter gelegenheid van het 165-jarig bestaan van “Pulchri”, die gezien het gemeentelijk belang en de internationale uitstraling gehouden wordt in het atrium van het IJspaleis. Daar werd het door medewerkers van de technische dienst opgesteld en heel Den Haag kan dus nu meegenieten van een soort geschenk: een soort Panorama Mesdag maar dan veel kleiner van het strand nu. [Lees verder...]

Klein maar heel bijzonder (in) Museum Meermanno

In het Museum Meermanno-Westreenianum, aan de Prinsessegracht, is een kleine, maar zeer bijzondere en zelfs unieke tentoonstelling. Eigenlijk is dit museum in zijn geheel klein en bijzonder.
Het is één van de weinige musea die zich bezighouden met alles wat met het boek te maken heeft.
In de collectie van de “baron” (van Westreenen, de stichter van huis en collectie) zijn zowel handgeschreven manuscripten van voor het jaar 1000 te vinden als de e-reader en alles wat er tussen zit: een museum voor kenners en fijnproevers, dat ook niet zo een zwaar beslag op de tijd legt.

[Lees verder...]

Poephoofd, havenhoofd, wandelhoofd

Neen, deze titel heeft niets met goed gerecenseerde voorstelling van Paul de Leeuw te maken (als oud-theaterdirecteur kan ik alleen zeggen dat ik hem in het theater veel en veel beter vond dan op de tv), maar alles met de vele zorgen die ik mij maak over de ontwikkeling van mijn goede geboorteplaats: Scheveningen.

Van de week kwam ik terug van de Aldi en liep naar mijn woonplek in de Keerlus van lijn 11. Gezien de vele boodschappen had ik een boodschappenwagentje bij me. Ik wilde veel flessen hebben van de voortreffelijke San Giovesewijn uit Chieti. Terugloppend langs de Jacob Pronkstraat, dus langs de tramlijn, werd ik boos. Auto’s stonden half op de stoep geparkeerd; er was dus al weinig loopruimte voor mij en mijn wagentje. Het werd nog moeilijker doordat er tussen het hek langs de trambaan en de auto’s een onafzienbare  hoop hondendrollen lag. Het was een thema met variaties: grote dikke op volwassenenformaat, kleintjes, gedroogd of uitgesmeerd. Ik moest als het ware van hoop naar drol springen en van poephoofd naar strontberg. Het was onmogelijk om met mijn wagentje zonder besmeurd te worden daar te lopen, inderdaad, uitwijkend met mijn boodschappentractor trapte ik in een versgedraaide bolus. Ook aan de wielen zat stront. [Lees verder...]

(van) KOOT(en) en (de) BIE

foto (c) Ewout Franse Fotografie

Vanavond zijn ze weer voor het laatst op de tv. Misschien wel voor de allerlaatse keer: Kees van Kooten en Wim de Bie, twee grote satirici die Den Haag op de kaart zetten door Nederland 30 jaar lang een spiegel voor te houden. Eén van mijn collega bloggers zal nog eens persoonlijker over hen schrijven: hij kent ze beter dan ik, maar ze verdienen toch juist vandaag aandacht. Misschien zien we ze wel nooit meer op wat, het woord van Gerrit Komrij gebruikend, tot “treurbuis” is geworden.

Wim de Bie heb ik een paar maal ontmoet via mijn vrouw. Zij deed bij de NRU (de vroegere bundeling van alle radio omroepen, Nederlandse Radio Unie) een cabaretcursus, die ook door de lange, zeer muzikale Wim de Bie werd gevolgd, [Lees verder...]

Zwevende kunst van Calder

Ons Haags Museum begint naar de Europese top te kruipen. Zowel in Rome als Parijs werd aandacht besteed aan de grote Mondriaancollectie die het museum heeft: misschien wel de grootste ter wereld. Er is ook een levendig tentoonstellings-beleid, waarbij internationale manifestaties worden afgewisseld door tentoonstellingen over Nederlandse kunstenaars, zowel van toen als van nu. Dat is natuurlijk niet gek, met zo’n collectie.

Hoorde ik laatst een bestuurslid van het “Stedelijk” in Amsterdam, ooit spraakmakend, actueel en beroemd, klagen dat het museum een goede middenmoter zou worden, ik denk dat “ons” Gemeentemuseum boven zichzelf uitstijgt. Kan ook niet anders met zo’n schitterende gebouw, met een grote eenheid van binnen- en buitenarchitectuur.
Ook nu is er een interessante, mooie en zeer bijzondere tentoonstelling waarin twee kunstenaars bij elkaar gebracht zijn, die in feite weinig met elkaar te maken lijken te hebben: Piet Mondriaan (met twee a’s zei de in New York woonachtige Joost Elffers, en niet Mondrian met één a) en de schilder/beeldhouwer/sieradenmaker Alexander Calder.

[Lees verder...]