Biografieën onder de loep, 1 – Albert Helman en Albert Vigoleis Thelen

Fotomateriaal Haagse Kunstkring

Fotomateriaal Haagse Kunstkring

De Haagse Kunstkring organiseert momenteel een serie avonden over het genre ‘biografie’. Het gaat daarbij in de eerste plaats niet om de biografieën zelf, maar vooral om het debat over het genre. Over de aanpak, over wat kan en mag in de biografie.

Op de eerste editie kwamen de biografieën van twee Alberts aan de orde: Albert Helman en Albert Vigoleis Thelen.

Joke Linders, zelf biografe, onder andere van Annie M.G. Schmidt, was de gespreksleider. Michiel van Kempen had het leven van Albert Helman beschreven in ‘Rusteloos en overal. Het leven van Albert Helman‘ en Wil Boesten had een autobiografische roman van Albert Vigoleis Thelen vertaald: ‘Het eiland van het tweede gezicht. Uit de toegepaste herinnering van Vigoleis‘.

Nieuwsgierig
In haar introductie ging Joke Linders in op datgene wat de biograaf kenmerkt: “Hij/zij heeft een object nodig. Hij is een lener, hij maakt gebruik van alles wat hij vindt van degene die hij beschrijft. Hij mag niks verzinnen, maar heeft wel grote invloed van het beeld dat van iemand ontstaat, bijvoorbeeld door de rangschikking van feiten. De ene biograaf is getalenteerder dan de andere. De stijl maakt veel uit.”

Levert een biografie een betere waarheid op dan memoires? Dat is de vraag, volgens Linders. “Er is altijd wel iets op een biografie aan te merken, en dat gebeurt dan ook. Er zijn nauwelijks regels. Mensen lezen het graag omdat ze nieuwsgierig zijn. Op de bijbel na is de biografie het oudste literaire genre dat we kennen. Nederland had weinig biografieën, maar heeft gelukkig een grote inhaalslag gemaakt.”

Waarheid bestaat niet
Wil Boesten, romanschrijver en vertaler Duits-Nederlands, onder andere van Kafka, kreeg het woord over de Duitse schrijver Albert Vigoleis Thelen. “In 1953 verscheen bij uitgeverij Van Oorschot ‘Die Insel des Zweiten Gesichts’, volgens Thomas Mann een van de grootste romans van de 20e eeuw. Wil Boesten vertaalde het als  ‘Het eiland van het tweede gezicht: Uit de toegepaste herinneringen van Vigoleis’.

Het is een zeer fantasierijk boek dat het verblijf beschrijft van Vigoleis en Beatrice op Mallorca in de jaren dertig. Thelen thematiseert de onbetrouwbaarheid van alles en iedereen. “Wat is de waarheid?” Volgens Thelen, geboren in 1903, bestaat de waarheid niet. Er is geen verschil tussen verzonnen waarheid en echte waarheid. Albert Thelen breidde op zeker moment zijn naam uit met Vigoleis, dat refereert naar een Middeleeuwse ridderfiguur. In `Die Insel’ neemt de verteller verschillende posities in. Albert Thelen is natuurlijk zelf de schrijver, hij schrijft in de ik-vorm en af en toe neemt hij afstand van zich zelf en spreekt dan over Vigoleis, in de derde persoon dus. Die figuur wordt ingezet voor precaire situaties.

Zo’n precaire situatie doet zich voor in een huis in Mallorca, waar Vigolies opduikt in een huis van vrienden. Het is helemaal donker, maar hij ruikt rozen en viooltjes. Hij volgt dat spoor en ruikt dan ook menselijke uitwasemingen. Hij voelt ‘bloot vlees’ (een jonge vrouw). En vlucht. Boesten: “Thelen en zijn vriendin, later echtgenote Beatrice, pasten op in huizen van rijke mensen. Ze verbleven in diverse landen: Mallorca, Zwitserland, Portugal en Nederland.”

Albatros
Thelen werd in Duitsland geboren in een dorpje in de buurt van Viersen, niet ver van Venlo. Hij schreef naast gedichten romans, behalve Die Insel ‘Der schwarze Herr Bahßetup‘. Alles wat mensen meemaken is een constructie, volgens Thelen en hij paste dat voluit toe op zijn eigen leven. Zo hadden zijn ouders 19 kinderen in het boek, terwijl dat er in werkelijkheid 9 waren. Toen hij daar op aangevallen werd zei hij: “Ik geef de 19 kinderen niet op.” Thelen en zijn vrouw stonden als anti-fascistisch bekend. Ze hadden vele contacten met andere literatoren, onder andere Hendrik Marsman en Albert Helman. Op zeker moment hadden ze een afspraak in La Palma in Mallorca. Thelen had een kaartje gekregen dat Helman, die hij nog niet kende, te herkennen zou zijn aan een albatros. Thelen naar de haven, zoeken, zoeken, alle vogels bekijken, maar geen albatros. Hij gaf het op, maar toen zag hij op een terrastafeltje een boek liggen met daarop …….  een albatros!

Zijn boek ‘Het eiland’ zou ondergebracht kunnen worden in wat tegenwoordig heet ‘Life writing’, dat omvat alles wat te maken heeft met levensbeschrijving en is breder dan een biografie, in dit geval zou je kunnen spreken van een semi-fictieve biografie.

Fotomateriaal Haagse Kunstkring

Fotomateriaal Haagse Kunstkring

Luchtpostpapier
Vervolgens ging Michiel van Kempen in op zijn boek over Albert Helman. Hij schreef de biografie ‘Rusteloos en overal. Het leven van Albert Helman’. Arjen Fortuin, literair criticus van de NRC: “Het leven van Albert Helman leest als een trip in de 20e eeuw.” Toen Van Kempen met het boek klaar was, kwam ‘de nachtmerrie van iedere biograaf’ (Frits Abrahams, NRC), er doken onbekende brieven op van een zekere Juul Roggeveen, een geheime liefde van Helman. Zij was zwanger van hem geraakt. Helman stuurde haar naar een appartementje in Parijs, met de belofte dat hij na een tijdje zich bij haar zou voegen. Wat natuurlijk niet gebeurde.

Van Kempen, die in Nijmegen Nederlandse literatuur studeerde, leraar Nederlands werd, ‘Een Geschiedenis van de Surinaamse literatuur’ in vijf delen schreef en vervolgens hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam werd, laat een foto zien van een heleboel dozen. “Dat was mijn materiaal. Die dozen zaten vol met mappen. Onder andere honderden blaadjes luchtpostpapier waarop Helman in zijn kleine handschrift had geschreven. Een angstdroom: zo’n groot archief.”

Alleskunner
Albert Helman was, net als Thelen, in 1903 geboren. Hij kwam uit het Surinaamse district Parra, waar veel Indianen wonen. Van Kempen: “Hij had twee Indiaanse grootmoeders. Hij was kritisch op de creolen, terwijl hij zelf ook een beetje creools was.” We zien een foto van het gezin Helman, met op de tweede rij Albert als oudste zoon. “Hij was te intelligent voor het land Suriname. Hij wilde daarom ook weg, naar Nederland.” Helman werd componist – schreef muziek voor de film ‘Regen’ van Joris Ivens, schrijver, wetenschapper (linguïst) en diplomaat, namens Nederland sprak hij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe in New York. Een alleskunner. Hij trouwde met Leni Mengelberg, de nicht van de dirigent Willem Mengelberg. Op groepsfoto’s zien we Helman altijd met een sigaret of een sigaartje in de hand. Helman was een beetje losjes qua zeden. Hij had nogal eens een vriendin.

Ook zijn zoon Peter, later de eerste plastisch chirurg van Nederland, maakte zijn vriendin die we op een familiefoto van de Helmans zien, zwanger. Joke Linders: “Waarom koos je voor Albert Helman?” Van Kempen: “Ik had een literatuurgeschiedenis van Suriname geschreven en zo veel expertise opgebouwd. Helman is de eerste grote Nederlands-Caribische schrijver, hij is groter dan Suriname alleen, zijn bekendste boek is ‘De stille plantage’ (1931), de eerste moderne roman over de slavernij. Inmiddels zijn er 25 drukken van De stille plantage. 2018 is uitgeroepen tot ‘Helman-jaar’. Ik ben bezig met een nieuwe editie van ‘De stille plantage’ voor scholen. Helman had zijn leven lang contact met Thelen.”

Helman & de Kunstkring
Helman had ook een goede relatie met de Haagse Kunstkring. Op 7 november 1980 vierde hij zijn 77e verjaardag in de Haagse Kunstkring. In het jaar daarop werd in de Haagse Kunstkring de 50e verjaardag van De stille plantage gevierd. Paul Citroen maakte een portret van Helman en Dick Stolwijk een losse ets.

Joke Linders: “Hoe heb je het aangepakt?” Van Kempen: “Aanvankelijk had ik een chronologische ordening. Het manuscript was veel te dik. Ik heb het gehalveerd en ben toen op thema’s bij elkaar gaan schuiven. Zo kreeg een goede chronologisch/thematische compositie. Linders: “Ging je bij het schrijven van hem houden of kreeg je een hekel aan hem?” “Toen ik begon leefde Helman nog. Ik heb hem het eerste hoofdstuk laten lezen. Zijn commentaar is in het boek opgenomen. Hij had een goed politiek instinct, hij had de neiging langdradig te zijn. Hij zat me eigenlijk in de weg bij het schrijven. In die zin was ik opgelucht dat hij dood was.” Linders: “En gebeurt er nog wat met de brieven van Juul Roggeveen?” Van Kempen: “Dat heb ik gedaan in het Nieuw Letterkundig Magazijn.”

Alle vrouwen van Helman
Joke Linders dankt de beide heren en het publiek voor hun inbreng. “Wat me ongelooflijk spannend lijkt is een biografie over Beatrice, de grote liefde van Thelen. En daarnaast zou ik wel eens een boek willen lezen waarin alle vrouwen van Helman aan het woord komen. Dat wordt een heel ander verhaal dan deze biografie van Albert Helman.”

fotomateriaal Haagse Kunstkring

fotomateriaal Haagse Kunstkring

Er volgen nog vier avonden in de Haagse Kunstkring. Op 17 november komen Piet Mondriaan en Louis Couperus aan de orde (door Hans Janssen en Remon van Gemeren), op 12 januari 2018 de Joodse bewoners van de Harstenhoekstraat (door Wim Willems) en Sam van den Bergh (door Pim Reinders) op 9 februari 2018 Hugo de Groot en de gebroeders De Witt (door Henk Nellen en Luc Panhuysen) en op 16 maart 2018 het echtpaar Bordewijk en Alexander Ver Huell (door Elly Kamp en Jan Bervoets).

 

351 getoond, 53 bekeken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *