Carlijn Kingma brengt werelden in kaart (interview)

Carlijn Kingma in atelier, foto Hans Werlemann

Carlijn Kingma in atelier, foto Hans Werlemann

Afgelopen september was ik in Rotterdam bij de opening van twee tentoonstellingen van Galerie Untitled. Een ervan was van Sasja Hagens, de ander van Carlijn Kingma. Carlijn Kingma had architecturale tekeningen gemaakt op groot formaat, die de wereld van Bosch, Brueghel, Dante en Constant opriepen.

Ik was onder de indruk. Wat een details en tegelijk greep op het grote geheel. Een bijzonder talent met een grootse toekomst, was mijn gedachte. Die werd al snel bewaarheid toen ik las dat ze artist-in-residence was geworden bij Joep van Lieshout. Nog wat later vernam ik dat ze een solo-tentoonstelling had gekregen in het Haagse Gemeentemuseum.

Onderzoek
Ik sprak met haar af voor een nadere toelichting op haar werk in Café Engels aan het Rotterdamse Stationsplein. Ze was er al iets eerder dan ik en benutte de tijd door een boek te lezen: ‘TechGonosis’ van Erik Davis. Een dikke pil over mythen en mythologie in het tijdperk van de mediatechnologie.

Carlijn Kingma, foto Hans Werlemann

Carlijn Kingma, foto Hans Werlemann

Carlijn: “Het gaat over de verwevenheid van de twee. Ik ben bezig met een nieuwe tekening over het geloof. Davis vindt dat mythologie en religie ” Carlijn leest zich voor iedere tekening heel goed in. Ze haalt er ook een expert op het terrein bij, met wie ze over het onderwerp kan praten. Alles bij elkaar is daar zo’n vier/vijf maanden mee gemoeid. Drie maanden onderzoek, twee maanden tekenen.

Verhalen
Ze wil op de eerste plaats verhalen vertellen om bepaalde aspecten van de maatschappij uit te leggen. “Willen we het zo, of willen we het anders. Het wekt veel discussie op, en dat is ook de bedoeling. Mijn werk beweegt zich rond Utopia. Niet een utopie voor dromers of een utopie in de zin van gruwelijke fantasieën. Ik probeer het haalbare en het verlangen met elkaar te verbinden. Het is een soort testsituatie.”

Ze beweegt zich op het grensvlak van wetenschap en kunst, ze brengt werelden in kaart. “Ik doe aan cartografie, ik noem mezelf cartograaf, een cartograaf van maatschappij en gedachtenconstructen van de maatschappij.” In kaarten maakt ze een (re)constructie van de samenleving, waarbij ze zich iedere keer weer op een ander aspect toespitst: religie, wetenschap, klimaat, kapitalisme. “Die begrippen zijn abstracties, voor sommigen monsters. Ik wil mensen laten begrijpen hoe het zit. Ik gebruik een metaforische taal in een fictieve, architecturale wereld, waar mensen in kunnen dwalen. Ik wil zowel begrip als verwondering opwekken.”

Ze maakt weinig schetsen. Het komt in een keer op groot papier. Wel maakt ze gebruik van woorddiagrammen. Ze laat het zien op haar laptop. “Zo’n kaart gaat alle richtingen op, het is een intersubjectief spectrum.”

A History of the Utopian Tradition, 841 mm x 1189 mm

A History of the Utopian Tradition, 841 mm x 1189 mm

Afstudeerwerkstuk
Het begon allemaal toen ze bezig was met haar afstudeerwerkstuk bij de studie Architectuur aan de TU Delft. “Ik wilde en wil graag begrijpen hoe instituties leiden tot bepaald bedrag. Daarbij had ik in mijn achterhoofd dat het belangrijk is inclusief en duurzaam samen te leven. Er zijn veel conflicten in de wereld. Waarom is er bij ons meer rechtvaardigheid dan bij anderen? Ik daar als verhalenverteller meer over te weten te komen en bij te dragen aan het gevecht om een eerlijker samenleving. Ik had het gevoel dat ik door middel van kaarten constructen van de maatschappij en het leven zou kunnen verhelderen.”

Het viel niet mee, aanvankelijk. “Op universiteit heb ik veel problemen gehad. Alles staat in het teken van efficiëntie en kwantificeerbaarheid. Wat moet je met een utopie? Ik had geluk met enige docenten die mij de vrijheid gaven aan de slag te gaan. Mijn project werd ‘De School voor Utopie’ waarin nagedacht werd over de grote vraagstukken van het leven. Hoe samen te leven? Wat is de betekenis van waarde en ?”

Ze las 41 boeken over Utopia, waaronder werken van Charles Fourier, Thomas More, Aldous Huxley, Karl Marx, George Orwell en William Morris. “Ik moest utopieën in verschillende richtingen kenbaar maken. Ik begon mijn eerste tekening met het beeld van de ideale samenleving van Plato.” Vier begeleiders had ze, en ze waren alle vier sceptisch. Een van hen, de filosoof Patrick Healy, begon bij te draaien toen hij de eerste tekening zag. “In mijn tekeningen las hij de metafysica. Uiteindelijk gaf hij haar voor het onderdeel geschiedenis een 10, de hoogste waardering.

En ook de andere vier begeleiders draaiden bij. “Driekwart jaar later haalde ik mijn architectuurdiploma voor ‘Architectuur als utopische taal’ op basis van 40 tekeningen. Ik kreeg nog vier tienen erbij. Ik kon het zelf niet geloven.”

Sleutelwerk
Kan ze een sleutelwerk aanwijzen? Twee heeft ze er. Op de eerste plaats ‘Een geschiedenis van de utopische traditie’, waarin we onder meer Plato, De tuin der Lusten en het Inferno van Dante zien. En daarnaast ‘De Babylonische Toren van de Moderniteit’. “Hoe het hedendaagse geloof in de vooruitgang tot spraakverwarring leidt.” We bekijken de tekening. En in het midden de toren van het kapitaal. Wie gaat de utopie realiseren? Carlijn: “In ieder geval niet degenen boven in de toren. Zij hebben het meeste belang bij het in stand houden van het systeem.”

Utopieën zijn nodig om de samenleving te veranderen, aldus Carlijn. “Het fundament van de beschaving is gelegd door de utopisten van het verleden. We staan wederom aan de start van een traditie, want het huidige tijdperk stuit op zijn grenzen. In het nieuwe tijdperk zal wellicht bezit en eigendom in waarde dalen, eigenheid, eerlijkheid, originaliteit, zowel intellectueel als praktisch krijgen een hogere status.

Gemeentemuseum
Zoals gezegd: ze is meer cartograaf dan kunstenaar. “Bij kunst heb ik het gevoel dat iets soms expres moeilijk wordt gemaakt om de waarde van het kunstwerk te verhogen.  Het imago van een is net zozeer een product als het kunstwerk zelf. Ik hoop dat mensen mijn tekeningen ontdekken als verhaal. Dat het begrip en verwondering opwekt. Een lastige vraag voor mij is dus ook, hoeveel geef je en hoeveel laat je andere interpreteren, ik laat graag de nodige ruimte aan de kijker. Tot slot hoop de kijker ook aan te zetten om te reageren en zo mij weer tot nieuwe inzichten te brengen.”

In het Gemeentemuseum hangen vier tekeningen en is er een leeg vel waar de bezoekers zelf reacties kunnen geven. “Ik heb er acht dagen getekend. Met mijn pennenbakje liep ik door zalen met Mondriaans aan de muur. Ongelooflijk! dacht ik, hoe kan dit? Ik had bijna doodsangst bezig te zijn naast Mondriaan.”

 

833 getoond, 61 bekeken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *