Cirque du Zot
We waren in de Haagse Hogeschool, als accomodatie luisterrijk, als onderwijsinstituut modern en groot: de grote ronde hal, de flexibiliteit, het licht en de drukte. Een nieuw levendig stukje Den Haag maken een verblijf in deze “school” heel plezierig.
Maar, hoe interessant en plezierig ook, we kwamen niet voor de Hogeschool maar om er een theatervoorstelling bij te wonen van een zeer unieke theatergroep: “Eskalibur“, een professionele theatergroep waarin mensen met een verstandelijke handicap een voorstelling maken en spelen. Op de Haagse Uitmarkt had ik kennis gemaakt met de groep, die mij fascineerde. Daar we tijdens de voor publiek toegankelijke voorstellingen niet in het land waren werden we in de gelegenheid gesteld een schoolvoorstelling bij te wonen in een bijna theaterzaal (er zaten wel schrijfborden aan de stoelen) van de Haagse Hogeschool. Het betrof de voorstelling “Cirque du Zot”, wat natuurlijk verwijst naar het Cirque du Soleil”.
Het verhaal is snel verteld. Er is een circus, waarin artiesten niets anders doen dan werk dat ze eigenlijk niet willen: het afstoffen van de kooien is eigenlijk het enige wat ze doen. Een tirannieke directeur wil alleen maar geld verdienen en merkt dat dat met deze artiesten niet voldoende lukt, waardoor hij ze vernedert en niet serieus neemt. De artiesten doen af en toe hun steeds mislukkende acts. De directeur is kwaad, het publiek lacht hen in feite uit. Als een nieuwe jongen, Jamie, zich meldt, gebeurt er iets. Jamie, die later journalist blijkt te zijn, maakt de artiesten bewust van hun situatie, waarbij zelfs een hielenlikker wordt ontmaskerd en de discussie over de situatie zich anders ontwikkelt dan de directeur had gehoopt. Uiteindelijk komen de artiesten uit hun kooien. In een soort opstand binden ze de directeur vast met de kettingen van de boeienkoning. De directeur belooft beterschap, men accepteert wie men is en wil ook als zodanig geaccepteerd worden. Men wil niet uitgelachen worden om dingen die niet goed gaan. Er gaan veel dingen wel goed. De directeur belooft beterschap, wordt bevrijd en eind goed al goed. Er is een prachtige belichting, gedaan door twee toneelknechten, die ook nog commentaar geven. Er wordt gezongen en bewogen, er zijn kleurige costuums.
De toneelknechts waren niet alleen virtuoos in het hanteren van de spots, maar gaven op precies het juiste moment commentaar, dat hout sneed: twee “komische” figuren, die het thema wat lichter maakten en veel succes hadden bij het publiek.
Er waren ontroerende momenten: als Jamie met een pop op zijn rug met een vrouwelijke lotgenoot praat, neemt zij twee kleine marionetten in haar hand en de dialoog die ontstaat tussen haar en de marionetten en via de marionetten met Jamie is zo verstild als de opstand levendig is. Zo levendig, dat die haast niet te fotograferen was.
Het publiek leefde mee. Het leek een opluchting, dat de directeur, van de hoge hoed beroofd, met een ketting werd vastgebonden en het was duidelijk dat de spelers niet alleen het met veel plezier deden, maar dat ze ook trots op hun voorstelling waren. Ik denk dat dat het belangrijkste bijproduct van deze voorstelling is. De acteurs krijgen een persoonlijk gezicht, dat niet anders is dan bij anderen. De menselijke waardigheid wordt gedemonstreerd in dit mooie geheel. Zwaaiend gingen ze van de speelplek af en met veel plezier zullen ze weer naar hun volgende voorstelling gaan.










Geef een reactie