Haagse Arabesken nr. 123 (3): de oplossing

Binnen afzienbare tijd zal het Ministerie van Infrastructuur en Milieu deze locatie verlaten. Het pand is mooi genoeg en flexibel in te richten voor herbestemming. Benieuwd wat er komt!

Locatie: Plesmanweg 1-6 (Wittebrug)

Na de Lees verder… vertellen we over het gebouw van Dirk Roosenburg, over zijn vriend Plesman en de KLM en de link met de Eerste Wereldoorlog.

Overzichtsimpressie koraypoyraz.com (C)

 

‘Ik handel in lucht’.

Welke rijksambtenaren, of andere toekomstige bewoners ook gebruik zullen maken van het gebouw, de Hagenaar zal het vooral kennen als het KLM gebouw. De oudste tot op heden nog vliegende luchtvaartmaatschappij verruilde al in 1971 de geboorteplaats van haar oprichter Plesman voor het altijd pittoreske Amstelveen. Wat dichter bij het vliegveld natuurlijk, al was dat ook de overweging om in 1936 te beginnen aan de bouw van het hoofdkantoor hier. Dat leggen we zo uit, eerst even verder terug.

Albert Plesman was de zoon van een Haagse eierverkoper die uitvloog toen zijn vader na het overlijden van zijn moeder hertrouwde met een nieuwe vrouw. Hij meldt zich aan bij de Cadettenschool in Alkmaar er daarna bij de KMA in Breda en wordt zo jong officier in de laagste rang van Luitenant tweede klasse. Plesman komt in 1915 als infanterist bij de Wielrijders in Gouda, een (verre van) belangrijke afdeling voor het bewaken van de grens van het neutrale Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog. Er waren dan 1 miljoen Belgen (op een totaal van 6 miljoen Nederlanders) de grens over gevlucht en voor de achterblijvers daar gingen goederen als eieren en boter voor woekerprijzen die kant op. De Duitsers hadden al een ‘dodendraad‘ gespannen en Nederland leverde zijn aandeel met grenscontroles op de fiets.

Een Fokker D.VII uit 1918.

Plesman zal het daar zijn opgevallen dat voor het eerst in een oorlog vliegtuigen een functie kregen en was gefascineerd door die machines. Aanvankelijk werden ze gebruikt voor verkenningsvluchten, pas later met een mitrailleur erop en een bom eronder. Het Nederlandse leger begreep dat deze trage, laagvliegende kisten van Fokker een functie zouden kunnen hebben bij de bewaking van de strikte neutraliteit en Plesman zeurde lang genoeg om bij de waarnemerscursus van de Luchtvaart Afdeeling op Soesterberg te worden geplaatst. Hier wordt hij ook leerling-vlieger en haalt zijn militair vliegbrevet. Dat is pas het begin van zijn grote ambitie.

Roosenburg presenteert, Plesman met zijn handen in zijn zak.

In 1918 wordt er bij de Koninklijke Nederlandsche Vereeniging voor Luchtvaart nagedacht over de toekomst na de oorlog. Plesman ziet commerciële mogelijkheden voor postvervoer met militaire vliegtuigen, zoals de Engelsen dat al doen met de brieven aan het thuisfront van de militairen in de loopgraven. Hij weet achtereenvolgens zijn commandant, de minister van Oorlog en een oud-opperbevelhebber van land- en zeemacht enthousiast te krijgen voor een ‘Nationale luchtvaarttentoonstelling en -manifestatie’. Voor deze Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling Amsterdam (ELTA) was een veld in Amsterdam-Noord beschikbaar, waar een grote hal op moest verrijzen en waarvoor publiciteit en een vormgeving moet worden bedacht. Plesman stapt daarvoor op de Riouwstraat het bureau TABROS binnen. De R staat voor Roosenburg, één van de drie architecten van het kantoor en bekend bij Plesman als Dirk, zijn oud-klasgenoot op de HBS op het Bleijenburg, die weer Appie mag zeggen.

TABROS verzorgt dan al sinds 1916 de Jaarbeurs in Utrecht en Roosenburg zal voor ELTA behalve de expositiehal (die na de tentoonstelling door Fokker gebruikt zal worden als productiehangar) ook alle publiciteit en de vormgeving van het terrein en de tentoonstelling op zich nemen. In de zomer van 1919 weten ze zo in dit afgelegen stukje Amsterdam 800.000 bezoekers te trekken. De geldschieters maken winst, alle Nederlandse industriëlen zijn gefêteerd, rondgevlogen en onder de indruk en Plesman smeedt het ijzer als het heet is. Hij weet bij de families die écht goed hebben verdiend aan de neutraliteit tijdens de oorlog (Fentener van Vlissingen, Colijn, Kröller, Goudriaan etc.) 1,2 miljoen gulden als startkapitaal voor zijn Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën (KLM) los te krijgen. Let wel, met het predicaat Koninklijk al op 12 september 1919, en de oprichting pas op 7 oktober!

Niet alleen Plesmans naam is zo al op zijn dertigste gevestigd, ook die van Roosenburg. Na zijn gemalen voor Rijks Waterstaat en bekende woonhuizen, wordt hij zo’n beetje de vaste architect van het industriële establishment. In de biografie door Dorine van Hoogstraten stelt zij: ‘Met architecten als Dudok en Rietveld was hij een sleutelfiguur van de vakwereld in zijn eigen tijd. Toch is hij stiefmoederlijk behandeld in de geschiedschrijving van de architectuur […]. Dat klopt en daarom komen we in een toekomstige Arabesk nog op zijn werk terug. Er is nl. veel te vinden in Den Haag van zijn hand.

Overkragende daken.

Voor KLM heeft Roosenburg allereerst het logo ontworpen en dus eind jaren dertig het nieuwe hoofdkantoor naast de Wittebrug. Schiphol is dan nog een slecht bereikbare grasbaan, Ypenburg is vers geopend, hypermodern en heeft veel meer potentie tussen de rijkswegen van Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Delft en voor een eventueel nationaal vliegveld bij Leiderdorp worden ook al plannen gemaakt. De eerste van de vier vleugels van het KLM gebouw (met Plesmans kantoren boven de kwekerijvaart en zich uitstrekkend over vier verdiepingen!) wordt opgeleverd nog net voor de Tweede Wereldoorlog. 

Windekind, Nwe Parklaan 76.

Het verschil tussen dat eerste deel de latere drie is het beste te zien uit de lucht aan de kleur de leien van het zo kenmerkende zadeldak. Of het moet u opgevallen zijn dat de stalen kozijnen in die na-oorlogse delen ingeruild zijn voor aluminium exemplaren, wegens materiaaltekort?

De omgeving was Roosenburg overigens niet onbekend, daar hij op de Nieuwe Parklaan al in 1927 Huize Windekind had gebouwd voor François van ’t Sand, de Haagse commissaris van politie en babysitter van Prins Hendrik in opdracht van Wilhelmina. Het zadeldak daar kraagt ook heerlijk uit en is bedekt met leisteen. Over dat opvallende dak is Roosenburgs kleinzoon, de wereldberoemde Rem Koolhaas, opmerkelijk kritisch:

Het agressieve theehuisje.

Die rare gevouwen daklijn van de KLM geeft me een gevoel van beklemming. Net als bij Villa Windekind. Ik vind alle proporties net iets te verticaal. Hier (op de foto) ziet dat dak er speels uit, maar als je het in werkelijkheid bekijkt heeft het bijna een soort agressieve sfeer.‘ Zou hij dat ook vinden van het schattige theehuisje achter Windekind aan de plas van het Westbroekpark? Misschien kunt u dat zelf gaan beoordelen als u daar toch bent voor De Parade!

Volgende week associëren we door met vogels en gaan daarmee door tot aan de naamdag van de Heilige Jacobus, de schutspatroon van Den Haag. Voor die tijd zijn uw aanvullingen en opmerkingen zeer welkom hier en de suggesties op:

2 thoughts on “Haagse Arabesken nr. 123 (3): de oplossing

  1. Ja, zo zijn die dakranden van de KLM nog bescheiden! Dat tuinhuisje zag ik voor het eerst met de boot van Chris vanaf het water. Als het zesjarig zoontje van commissaris Van ’t Sand die papa’s politiepet op mag. Lijkt het daar niet op?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *