Den Haag is geen huilstad, vind ik. Ik kan niet achter gesloten deuren kijken, waar stil verdriet zou kunnen heersen of hevig snikken zelfs de op beschaafd geluidsniveau staande TV overstemt. Nee, ik vind dat weinig voor de Hagenaar die soms erg Engels “stiff upperlipperig” rond loopt. In 020 hadden ze ooit een zangeres die Zwarte Riek heette en die krijsend zong van “Amsterdam huilt, waar het eens heb gelachen”. Een Haagse operazangeres nam het lied over, waardoor het huilen iedereen verging toen “Amsterdam weent, waar het eens heeft gelachen” door de concertzaal klonk. Het lachen verging je trouwens ook, maar dat terzijde.
Ik ben zelf niet zo van dat huilerige, al merk ik, nu ik wat ouder word, dat tranen eerder wegbiggelen dan mij lief is. Toen ik voor de jaarlijkse verplichte feestdag die verjaardag heet van mijn lieve buren een boek kreeg dat “Huilen in Den Haag ” heet, omdat ik, “veel over Den Haag schreef”, was ik dan ook ontroerd en nam mij voor eens heerlijk snotterend, na uiteraard eerst enige bladzijden van Rhijnvis Feith te hebben gelezen om in de stemming te komen- te gaan zitten ontroerd te wezen. Dat lukte niet helemaal. Het boek was te [Lees verder...]