Korzo en Corso
Leuke avond, vrijdagavond: de presentatie van “ons boek: Onze Stad Den Haag” dat precies is wat de subtitel aangeeft “Ontdek Den Haag door de ogen van Hagenaars en Hagenezen”. Het was heel ontspannen. Er was een stralend enthousiasme te voelen, er was geen krisissfeer, de wijn was uitstekend en we waren, en de nieuwe assistente van Jeroen zal het begrijpen, “in buona compagnia”. Er waren ouderen en jongeren en wat voor mij het hoogtepunt was, de uitreiking van het eerste exemplaar aan iemand die het volledig verdiend had. Ik vond die uitreiking zelfs iets indrukwekkends hebben. De visueel gehandicapte Nico, die de schuilkerk van Onze Lieve Vrouw van Scherpenheuvel beschreef, die lag op de plaats van het huidige Korzotheater, kreeg niet alleen het eerste boek, maar ook een koffiekan. Met plaatsvervangende schaamte hoorde ik het verhaal dat bij de koffiekan hoorde: Nico werkte in Corona op het Buitenhof, dat ik als Dijers ken, nota bene een Horecabedrijf. Toch liep hij elke dag naar Florencia om een kan koffie te halen voor hem en zijn collega’s. Eigenlijk om je diep te schamen: water halen ergens anders om het naar de zee te brengen. Alle complimenten.
Er was ook een dieptepunt voor mij; dank zij die f….. Haagse kakker in de wedstrijd om de titel “Grootste wijsneus” (was het nou een Haagse Kakker of een domme bakker die aan het begin stond van die platgedrukte met amandelspijs opgevulde koek) ging ik als één der laatst overgeblevenen af. En ik hou niet van afgaan. Maar de receptie maakte veel goed, want de kwaliteit ervan was recht evenredig met die der rode wijn. Ik kon ook nog Maartje Schuurmans complimenteren met haar grafisch ontwerp en haar prachtige rode pakje en zowel in het Italiaans als in het Haags enige woorden wisselen met de nieuwe assistente van Jeroen. Het was trouwens zijn moeder die mij op het idee van deze blog bracht.
Het begon met mijn herinneringen aan de bioscoop Corso, die net wat buiten het centrum lag en de wat betere film presenteerde, vaak voorafgegaan door een documentaire. Als filmliefhebber, die Asta en Metropool te deftig vond, veel in Kriterion kwam voor de betere film ( ik zag bijna alles van Ingmar Bergman in die studentenbioscoop in het Westeinde) heb ik eenmaal drie keer in de week dezelfde film gezien vanwege een documentaire van Joris Ivens die “La seine a rencontré Paris” heet, een film waar ik compleet kapot van was (en nog ben, ik heb hem op CD) de prachtige beelden en de schitterende tekst van Jacques Prévert gezegd door serge Reggiani, maakte alles los wat ik als Francofiel wilde. Als ik naar buiten kwam, na de voorstelling, vroeg ik mij af wat ik nog in de Prinsestraat en Den Haag deed. Zou ik niet beter kunnen gaan liften naar Parijs en samenwonen met Juliette Greco in Saint-Germain des Prés? Op de Place Fuerstenberg hoopte ik een appartement te vinden. Het leidde ook tot mijn aandacht voor Joris Ivens aan wie ik veel aandacht heb kunnen besteden toen ik Gemeenteraadslid in Nijmegen was en zijn familie leerde kennen. Het is geen onderwerp voor een blog, maar ik vond het leuk dat een tweetal jaar geleden Marcelline Loridan me een boek gaf dat ze voor mij signeerde. “Pour Hans”, schreef ze erin .
Ik vertelde dit alles aan Andrea toen we onderweg waren naar de openbaring van het boek. We waren wat vroeg en het was prachtig weer: een laagstaande zon maakte prachtige lichteffecten op de chique stad. We besloten nog wat genietend rond te wandelen door dat mooie intieme wijkje, dat ooit als katholiek te boek stond en waar ook nog de prachtige barokke schuilkerk is van de Oud-Katholieke Gemeente in de Juffrouw Idastraat. We vonden een nieuwe galerie, genoten van de winkel en in de Oude Molstraat, moest ik ineens denken aan de meisjeskweekschool die daar vroeger was en geleid werd door zusters, die wij als katholieke jongens wel eens “krengen van liefde” noemden”. De directeur van deze uitstekende school was zuster Augustien. Op spaarzame momenten deed mijn (jongens-)kweekschool aan de Paramaribostraat wat samen met deze kweekschool. Bijvoorbeeld gezamenlijk een brave film draaien als “The wrong man” van Hitchcock. Het was in de tijd van het rijke Roomse leven, waar ik uit gestapt ben, maar waar ik wel uitstekend ben opgeleid door mensen die hun leven hadden gewijd aan het onderwijs. Dat Roomse netwerk had vertakkingen in alle lagen en sectoren der maatschappij. Er was een eigen boekenrecensiedienst, die de IDIL heette (InformatieDienst Inzake Lectuur). Voor boeken die niet deugden, en dus voor mij een reden om te lezen, werden we gewaarschuwd door een afdruk op rood papier. Waarschijnlijk werd de IDIL bevolkt door een stel notoire fatsoensrakkers annex kwezels: de leukste boeken werden ontraden.
Aangezien ook de film een gevaar kon zijn was, na een encycliek van paus Pius XI, de katholieke filmactie opgericht die film weerbaarheidscursussen organiseerde voor aanstaande katholieke opvoeders cursussen. In Den Haag werden die gehouden in een prachtig pand in de Nieuwe Schoolstraat, waar Jacques Dirkse directeur was. Hoewel een pater gaf hij cursisten en opleiders alle ruimte om niet over de opvoeding, maar over de film te praten. In die drie jaar dat ik daar één keer in de week cursussen volgde, en vele avonden in de bioscoop zat, kreeg ik les van mensen als Charles Boost, Bob Bertina van de Volkskrant, Janus van Domburg (die eigenlijk nooit verder kwam dan de visies van Walter Ruttmann op de beeld en geluidsconstructie, voor hem was een geluidsfilm al te nieuw, geluidsfilm bestond bij de gratie van de stilte, kleur bestond bij de gratie van zwart-wit, ik had zoveel verschil van mening met hem dat ik denk dat hij zuchtend mijn diploma ondertekend heeft).
De meest favoriete docent was de oer Hagenaar Piet van der Ham die op de Laan van Meerdervoort woonde, filmrecensies schreef door tijdens de eerste voorstelling drie bioscopen in de Boekhorststraat achter elkaar te bezoeken, in de oorlog een Haagse verzetsfilm over Dick Bos maakte, stripheld die ook van de IDIL niet gelezen mocht worden en bovendien erg geestig was. Toen we, als einde van onze “studie” met Piet een film maakte op zwart-wit (16 mm. zonder geluid), ontmoette ik een non die vlot en aardig was, maar enigszins gehandicapt door haar costuum: het was een serieuze intelligente meid, die Nederlands in de Oude Molstraat gaf en zeer ernstig met de stof van de cursus bezig was, alles opschreef en zich weinig liet meestromen met de algemene stroom van liefde voor de 10e muze. Ze zat met hoog rode konen toen Jan de Vaal, directeur van de wetenschappelijke film, nadat wij het slot van Summer Madness hadden gezien, waarin hoofdrolspeelster Katherine Hepburn (niet Audrey) met haar partner naar bed gaat tijdens een vuurwerk boven Venetie, staalhard beweerde dat de regisseur opzettelijk het vuurwerk de vorm van spermatozoïden had gegeven, wat hij had geconstateerd door zijn microscoop. Het moet zuster Seraphine geweest zijn, zei de moeder van Jeroen, aan wie ik dat van die spermatozoïden niet vertelde.
Dat alles kwam terug toen ik, na de wandeling, in het tot Korzo geworden Corsotheater stond, dat ik overigens een schitterende accommodatie vind. Ja, ik ben ooit naar Parijs gelift, ben veel in Saint Germain geweest, heb in de Riue des saints Péres Ivens gezien, een oude fragiele maar energieke man met astma en nog eens gekeken naar het flatje dat ik in gedachten voor Juliette en mij, inderdaad op de Place Fürstenberg.

november 21st, 2011 at 11:46
Buongiorno Hans (ed Andrea),
Erg interessant en leuk om te lezen.
Hartelijke groet ed una bella giornata, Iris