Culturele hoofdstad Den Haag: natuurlijke keus
Den Haag is ver weg hier in Italië. Ik bedoel het niet alleen fysiek, maar ook in de geest. Dat komt doordat ik nogal druk werk aan mijn nieuwe boek over Italië, dat “Rozen in een slechtzittende laars” moet gaan heten. Ik ben dan bezig met andere dingen. Maar er waren toch drie aanleidingen om over Den Haag te denken, wat bij mij ook schrijven betekent.
De eerste was leuk. Gisteren tijdens een klein paasdiner in een agriturismo (eten en logeren bij de boer) ontmoette ik een Nederlands echtpaar. Midden in Umbrië ontdekten we dat we op dezelfde school in Rijswijk hadden gezeten, de St. Bonifatiusschool met een deel dezelfde leerlingen, die de angst deelden voor wijlen meester Koopman, die wij Koopluis noemden. Het werd nog gekker toen ik vertelde een Rijswijks vriendje ontmoet te hebben dat in 1950 emigreerde naar Australië (wij bezochten twee jaar geleden Rijswijk) die nu in Brisbane woont waarop twee Australische gasten tegenover ons mededeelden dat zij daar ook woonden en de jongen wel eens ontmoet hadden. Een globale wereld die klein wordt, steeds kleiner. De andere twee waren twee mailtjes, één uit Muzee, één van Iris om mee te praten over invulling van de culturele hoofdstad. Ik zou dat dolgraag willen, maar ben daar niet toe in staat, -Den Haag is nu fysiek te ver weg-, dus ik schrijf maar wat ik erover denk, wat ik al heel veel gedaan heb.
Naar mijn mening moet een culturele hoofdstad van Europa een stad zijn die [Lees verder...]








Neen, deze titel heeft niets met goed gerecenseerde voorstelling van Paul de Leeuw te maken (als oud-theaterdirecteur kan ik alleen zeggen dat ik hem in het theater veel en veel beter vond dan op de tv), maar alles met de vele zorgen die ik mij maak over de ontwikkeling van mijn goede geboorteplaats: Scheveningen.




