Ridder Pasquale het hok in?

Foto: Jacintha van Beveren
Werkend aan een andere blog, stuurde mijn dochter mij een mail met de alarmerende titel: “Slecht nieuws uit Den Haag in De Telegraaf”. Bang dat er iets heel ergs zou zijn opende ik het mailtje. Het was nog erger dan ik dacht: het betrof mijn vriend Pasquale Ronza uit Caserta die al vele jaren met een ijskar op de boulevard staat. Caserta is een stad vlakbij Napels, waar een Nederlandse architect Caspar van Vittel uit Amersfoort het Versailles van Italië neerzette met een schitterend tuinencomplex. Van Vitelli schiep met de Reggia een indrukwekkend bouwwerk. Pasquale groeide dus op in de nabijheid van Nederlandse glorie. Op drukke dagen helpen zijn Portugese vrouw en zijn dochter mee bij de ijsverkoop. Voor mij is Pasquale niet alleen een begrip, het is ook een goede vriend. Ik noem hem “Pashqua” (zoals men zijn naam in de de buurt van Napels uitspreekt) mij spreekt hij aan met “professore”. Hij weet dat ik dat niet ben, maar in het spel dat het leven vaak voor Italianen is, zijn titels heel erg belangrijk. Als ik de weg wil weten noem ik elke carabiniere “maresciallo” en elke agent “commissario”.
Pasquale staat bijna veertig jaar op de boulevard, daar waar de autoboulevard overgaat in het voetgangersgebied: een indrukwekkende staat van dienst. Hij werd dan ook beloond door de president van de Italiaanse republiek met een van de belangrijkste ridderordes van Italië. Pasquale is “cavaliere del lavoro”, ridder van de arbeid. In Italië zou hij gehuldigd zijn en als “cavaliere” worden aangesproken en aangeduid, zoals men Berlusconi, de clown die droomde dat hij staatsman was, eveneens aanduidt met “il cavaliere”. Berlusconi en Pasquale dragen de zelfde onderscheiding. Ik vind het voor B. een eer dat hij net zo een hoge onderscheiding kreeg als mijn vriend Pashqua. Pasquale verdiende hem echt.
Wat is nu het droeve nieuws: de ijskar moet weg van de nieuwe boulevard. Een Italiaanse ijskar (in tijden dat het Nederlands elftal opereert zeer oranje gekleurd en dat is niet alleen om meer ijs te verkopen) past niet in het sofisticated geheel van de nieuwe Spaanse boulevard. [Lees verder...]




Ik vraag me wel eens af hoe mijn ouders, beiden zeer verknocht aan Den Haag zouden reageren als ze nu zouden kunnen terugkomen. Weliswaar zouden ze veel herkennen, het Kurhaus, de Spuistraat, de Passage, maar ook veel tevergeefs zoeken. Ze zouden veel betreuren: de ring van kwalitatief hoogstaande architectuur rondom de Hofvijver, het verval van de eens zo chique ASTA bioscoop; Hecks lunchroom met levende muziek vervangen door een kipvluggertjesrestaurant. Ze zouden zoeken naar het station Staatsspoor en volstrekt verward rondlopen bij het Spuiplein, waar vroeger de tram naar Rijswijk ging. Ze zouden Hollandse Spoor herkennen. “Hun” Keizerstraat in “hun” Scheveningen is verworden tot een tweeslachtig verkeersgebied met veel lege winkels en hondenpoep, de Seinpostbioscoop waar ze naar toe konden vanwege de vrijkaartjes door de “aanplakbiljetten” in hun winkeltje dat vrijwel niets opleverde, is verdwenen. 


