Uitkijkend op de brandstapel die op het Scheveningse strand zo hoog oplaaide dat de vlammen bijna tot boven de Naald uit flikkerden, las ik in het AD van 31 december j.l., ik durf haast het woord Haagsche Courant niet te gebruiken, in de afdeling Stad en regio een klein artikeltje over “onze” Marnix Norder. Deze wethouder “bouwen en wonen” kreeg prostaatkanker, hij onderging een operatie vol risico’s, “maar”, zoals het artikeltje zegt: “Hij overwon de ziekte glansrijk”. Norder is 46 jaar.
Iets om even bij stil te staan. Mijn beide ouders stierven aan kanker, mijn vader op zijn 56ste, mijn moeder in haar 62ste levensjaar. Je mocht in die dagen het woord “kanker” niet uitspreken. Men sprak bedeesd over “de gevreesde ziekte”, terwijl de intellectuele patiënten het over CA hadden of carcinoom. Kanker werd alleen gebruikt ver weg van de patiënt. Hoeveel mensen hebben zichzelf en anderen niet serieus genomen, eigenlijk belazerd. Ik heb mij tenminste, en ik was 13 jaar toen het gebeurde, altijd “grotelijks belazerd gevoeld” dat ik na de dood van mijn vader pas hoorde dat hij eigenlijk “CA” had gehad en dat de slijmvliesontsteking nooit had bestaan. Ik vind dat Marnix Norder moedig is geweest en wens hem van harte geluk. Het geeft ons, denk ik, ook een gevoel van overwinbaarheid. Wij kunnen die ziekte aan. Ik ben ook blij voor Den Haag, want hoewel ik het met Norder niet altijd eens ben, vooral zijn lichtelijk megalomane ideeën over stedenbouw stuiten mij tegen de borst, is hij een goed bestuurder. Misschien heeft hij nu weer voldoende energie om ook eens aan een reële vorm van inspraak te werken.
[Lees verder...]