Tentoonstelling Pieter De Josselin de Jong in Panorama Mesdag

In Panorama Mesdag is een tentoonstelling met het werk van Pieter De Josselin de Jong te zien: 50 schilderijen en tekeningen, 20 schetsen en daarnaast brieven met volop tekeningen.

Op een persbijeenkomst kort voor de opening kregen we van Diederik von Bönninghausen, Laura Prins en Suzanne Veldink een uitvoerige toelichting. De Josselin de Jong was technisch bijzonder begaafd en veelzijdig. De techniek had de notariszoon uit het Brabantse Sint-Oedenrode zich eigen gemaakt op achtereenvolgens de tekenschool van P.M. Slager in Den Bosch, de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en de Ecole des Beaux-Arts in Parijs.

Portretten

Hij wilde aanvankelijk historieschilder worden. Met studies van spiermannen, gipsafgietsels en naaktmodellen legde hij daar een grondige basis voor. In 1883 stuurde hij een groot historiestuk ‘Het verzoekschrift’ naar de tentoonstelling van Levende Meesters in Gent, dat prompt werd aangekocht door het Gentse Museum voor Schone Kunsten.

Maar toen hij terugkwam in Nederland in 1883, hij vestigde zich in Den Haag, merkte hij al snel dat er weinig behoefte was aan schilderijen met Bijbelse scenes of onderwerpen uit de klassieke oudheid. Om toch wat te verdienen maakte hij portretten van de adel, de hogere burgerij en zelfs leden van het Koninklijk Huis.

Wanneer hij maar enigszins de gelegenheid had ging hij met zijn schetsboek in de hand tekenen op straat. Hij concentreerde zich telkens op een aspect; lijn, volume, licht, kleur of een specifiek detail. Hij werkte het vervolgens uit in zijn atelier tot een compositie, waarbij hij verschillende technieken gebruikte als potlood, aquarel, pastel en olieverf.

Industriële revolutie

Om hem heen waren veel collega’s actief: velen behoorden tot de Haagse School, maar De Josselin de Jong hoorde daar niet bij, alhoewel hij volop deelnam aan het artistieke verenigingsleven. Hij was alom gewaardeerd en had een grote vriendenkring in Den Haag. In Pulchri organiseerde hij ‘gezellige bijeenkomsten’. Van zijn vriend Mesdag maakte hij een indringend portret, ook te zien op de tentoonstelling.

Het was de tijd van de overgang van de plattelandssamenleving naar de industriesamenleving: van beiden maakte hij schilderijen, in de grote zaal – prachtig ingericht met een stemmige donkergroen-paarse kleur op de muren – zie je aan de ene kant de werken die zich afspelen op de akkers, zwoegende boeren achter het paard met werktuig en aan de andere kant scenes uit de fabriek, met arbeiders in het licht van het gloeiende staal.

Ook in Den Haag bezocht hij fabrieken, zoals de pas geopende ijzergieterij Enthoven. Maar in tegenstelling tot Belgische en Franse tijdgenoten die ook dit soort scenes schilderden, was Josselin niet meteen sociaal betrokken bij het onderwerp. Hij zag vooral de esthetiek. De rode gloed van het vuur in de fabriek die de bezwete lijven belichtte.

Scheveningse meisjes

Een ander onderwerp dat hij aanpakte waren de meisjes in traditionele klederdracht in Scheveningen. Er is een prachtig portret van drie meisjes te zien, waarbij ook de karakters van die zich meteen tonen. Dit werk toont hoe origineel en technisch begaafd hij was en hoe hij steeds zocht naar een nieuw gezichtspunt.

Helaas eindigde zijn leven vroeg, twee maanden voor zijn 45e verjaardag kreeg hij een fatale maagbloeding. Wie weet wat hij anders nog had kunnen maken en tot welke hoogte hij zou zijn doorgestegen.

In de laatste grote zaal zien we nog een groot portret van Theo Mann-Bouwmeester, toen de Grande Dame, de gevierde vedette van het Nederlands toneel. Het schilderij komt uit de Koninklijke Schouwburg. En daarnaast grote portretten van Emma en Willem III. Allemaal levensecht, net zoals dat het geval is bij de boeren, de arbeiders en de meisjes.

2374 getoond, 70 bekeken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *