Willem Kloos (1859-1938) en Den Haag

kloos 002

Regentesselaan 176, voormalig woonhuis Willem Kloos (foto Jan Fokkema)

Weliswaar is Willem Kloos in Amsterdam geboren, maar hij heeft het grootste deel van zijn leven in Den Haag gewoond. En wel, samen met zijn vrouw Jeanne Reyneke van Stuwe, aan de Regentesselaan nummer 176.

De koning van onze dichters
Willem Kloos dankt zijn faam vooral aan zijn eerste dichtbundel ”Verzen” (1894). Onlangs verscheen de elfde druk van deze uitgave. Twee generaties geleden konden veel Nederlanders zijn sonnetten nog uit het hoofd voordragen. Tegenwoordig kent men slechts enkele beginregels. Zoals: Ik ween om bloemen in den knop gebroken/En voor den uchtend van haar bloei vergaan/Ik ween om liefde, die niet is ontloken/En om mijn harte dat niet werd verstaan (…). En natuurlijk: De Zee, De Zee klotst voort in eindeloze deining/De Zee, waarin mijn Ziel zich-zelf weerspiegeld ziet (…).                                                             Het verhaal gaat dat een verliefde jongeman, wandelend op de boulevard, zijn vriendin plechtstatig de eerste regel van De Zee voordroeg. ”Gossie, hij doet het ook nog Henk”, merkte de jongedame op.

Willem Kloos, circa 1890 (foto Jan Fokkema)

De Nieuwe Gids
De Nieuwe Gids wordt door Willem Kloos en enkele van zijn vrienden (de Tachtigers) opgericht. Het eerste nummer van dit tijdschrift verschijnt op 1 oktober 1885. De Tachtigers zetten zich af tegen de zogenoemde domineespoëzie (Beets, Ten Kate en anderen), waarin clichématig geloof, vaderland en deugd centraal staan. De nieuwkomers kiezen voor een nieuwe verskunst. Een poëzie vol hartstocht, intimiteit en individualisme. Naast proza en poëzie bevat De Nieuwe Gids literatuurkritieken en wetenschappelijke artikelen. Belangrijke bijdragen zijn van de hand van redacteur Willem Kloos.

Drank en psychische problemen
Willem Kloos wordt op 6 mei 1859 geboren op het adres Botermarkt in Amsterdam. Zijn vader is kleermaker. Ondanks zijn eenvoudige komaf gaat Kloos naar de HBS en studeert hij enkele jaren Klassieke Talen aan de Universiteit. De dichter heeft een moeilijk karakter en lijdt in ernstige mate aan drankzucht. Dit leidt tot meerdere deliriums en psychoses. Het gaat van kwaad tot erger. Eerst wordt hij in 1895 opgenomen in sanatorium Vogel- en Plantentuin in Arnhem. Daarna in paviljoen III van het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam. Tenslotte belandt hij in het Krankzinnigengesticht in Utrecht. In februari 1896 onderwerpt men daar Kloos aan elektrotherapie. Op hoofd en voeten wordt een elektrode geplaatst. Wie de film ”One flew over the cuckoos’ nest” heeft gezien, kan zich daarbij wel iets voorstellen. De elektrotherapie heeft zowaar effect, in ieder geval is Willem verlost van zijn waandenkbeelden.

Als de nood het hoogst is
Voor Willem Kloos breken nu zware tijden aan. Hij is bijna al zijn vrienden kwijtgeraakt, is van de Tachtigers nog de enige redacteur van De Nieuwe Gids en heeft schulden. Het aantal abonnees daalt en het redacteurschap is niet winstgevend. Gelukkig is de redding nabij. In Den Haag woont een dame die romannetjes schrijft. Zij, Jeanne Reyneke van Stuwe, waagt zich ook aan de dichtkunst. De dichteres stuurt haar poëzie aan redacteur Kloos, die sommige gedichten kan waarderen. Zij ontmoeten elkaar persoonlijk. Willem vraagt haar ten huwelijk en als zij toehapt gaan zij wonen aan de Regentesselaan. Eerst nog als pensiongasten, daarna worden zij zelf de bewoners van het pand. Jacqueline Reyneke van Stuwe, de zus van Jeanne, komt bij hen inwonen. Zij vormen als het ware een ménage à trois.

De laatste jaren
Jeanne en Willem Kloos zijn nu beiden redacteur van De Nieuwe Gids. Helaas stelt het werk van Kloos na zijn ziekte weinig meer voor. Toch staat hij nog in hoog aanzien als kunstenaar. Hij ontvangt een jaargeld en twee Koninklijke onderscheidingen. Willem krijgt zelfs een uitnodiging van het hof. Wilhelmina vertelt hem dat zij niets snapt van Shakespeare. Kloos redt de situatie en zegt:  ”Ik ook niet mevrouw”. Uiteindelijk ontvangt Willem zelfs een eredoctoraat.        Kloos overlijdt op 31 maart 1938. Zijn begrafenis is die van een BN’er.        Terwijl ik dit schrijf waait en regent het. Ach, wie kan beter de herfst verbeelden dan Willem Kloos? Hij dichtte: De boomen dorren in het laat seizoen/En wachten roemloos den nabijen winter/Wat is dit alles stil, doodstil….

 

1998 getoond, 98 bekeken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *