Wonen in Loosduinen? Meesters Makelaars informeert u waarom (2)

loosduinen2Er is geen mooier gebied om te wonen dan Loosduinen. Het komt er nu alleen nog op aan om te bepalen welke wijk het beste bij u past. In deze serie artikelen belicht Ramon Meesters van Meesters Makelaars de verschillen tussen alle wijken die samen onderdeel uitmaken van Loosduinen. In het eerste deel werd de geschiedenis van Loosduinen tot de 13e eeuw beschreven. Vandaag beginnen we met Loosduinen als bedevaartsoord in 1276 en eindigen we bij de annexatie van Loosduinen in 1923.

Bedevaartsoord
Na 1276 krijgt het dorp enige status als bedevaartsoord vanwege het ‘wonder van Loosduinen’: in dat jaar zou gravin Margaretha van Henneberg 364 kinderen gebaard hebben (u leest het goed, dit is geen typefout).

Geestelijk verval
In die periode en daarna is er echter ook een periode van geestelijk verval te bespeuren. Boze tongen beweerden dat de nonnen zich er meer met wereldse dan met geestelijke zaken bezighielden. Menig edelman scheen op het klooster de nacht door te brengen met vreugdevoller bezigheden dan de slaap alleen. De bekende dichter Westerbaen (eigenaar van Landgoed Ockenburgh die het zijn gezichtsbepalende bebouwing gaf) schreef er in 1653 een gedicht over:

“Ick hebben wel gehoort, van die ick moet geloven
Dat, watter was of quam aen Hollands-Graeven-Hoven
Van Heer of Edelman, of dertel jonckerschap
Alhier den opslagh cocht (de Cloostertucht was slap)
En als mevrouw Abdis, en als de soete nonnen
Zich vonden aen den dans op ’t spel der violonnen
En dat het nachtje wierd met vreugde doorgebracht
Wierd wel bij ongeluck een zustertje verkracht
Verkracht, maar met haer will en sonder luijd te roepen (…)”

molen loosduinen

De molen van Loosduinen

De vraag is gerechtvaardigd of de toon van bovenstaand gedicht iets vertelde over de werkelijke gang van zaken aan het klooster of juist meer iets vertelde over de dichter, die zelf Hervormd was en bekend stond als een felle polemist die veel pamfletten en hekeldichten schreef over godsdienstige en politieke zaken.

Hoe het ook zij, het is aan Graaf Willem V te danken, dat de kloostertucht werd hersteld en er weer met lof over de nonnen werd gesproken. De giften stroomden weer toe, waardoor de abdij vergroot en verbeterd kon worden. Het moet hebben geleid tot economische bloei van de omgeving.

In 1599 ontving Loosduinen van Prins Maurits een bijzonder geschenk: Een nieuwe molen. Deze bepaalt samen met de Abdijkerk het beeld en de identiteit van Loosduinen.

Loosduinen in de tijd van Napoleon
Gemeentelijke status genoot Loosduinen pas in 1811. Tot die tijd was het gebied opgesplitst en vormde het onderdeel van Monster en Den Haag. Toen Lodewijk Napoleon door zijn broer, Keizer Napoleon Bonaparte (in 1806 aangesteld als koning van Nederland)-ruzie kreeg en in 1810 afstand deed van de troon, besloot Keizer Napoleon Nederland onderdeel te laten uitmaken van het Franse keizerrijk. Het bestuurlijk stelsel moest daarom op zijn Frans worden georganiseerd. Dit leverde meteen problemen op voor Loosduinen. Hoewel het gebied was opgedeeld tussen Den Haag en Monster, hoorde het bij beiden echter helemaal niet thuis. Er was een veel grotere samenhang tussen Loosduinen, Eikenduinen, Poeldijk. In 1811 werden deze gebieden samengevoegd tot een nieuwe gemeente Loosduinen, waaraan ook Kwintsheul werd toegevoegd. Kwintsheul bleek een vreemde eend in de bijt en werd al in 1816 teruggegeven aan Monster.

Peenbuikers
Aan het einde van de 19e eeuw ontwikkelt Loosduinen zich tot een belangrijk landbouwgebied, voornamelijk aangedreven door de vraag vanuit Engeland naar aardappelen en later komkommers. Om te voorkomen dat de tuinders zich door tussenhandelaren onderling lieten uitspelen op de verkoopprijs van hun groenten, besloten een aantal ondernemende Loosduiners de handen ineen te slaan. In 1899 richtten ze de “Loosduinsche Groentenveiling” op. De zaken gingen goed. In 1920 kwam daar de “Coöperatieve Groentenveiling” bij. Beide organisaties fuseerden in 1959 tot de “Loosduinse Groentenveiling” met een nieuw en groots veilinggebouw en dito infrastructuur op de locatie van het huidige Houtwijk. Tot op de dag van vandaag worden Loosduiners ook wel “Peenbuikers” genoemd, een geuzennaam die zijn oorsprong vindt in de roemrijke periode van de tuinderijen.

Annexatie
Met Loosduinen als gemeente ging het echter minder voor de wind. In 1903 werd er een stuk grond aan de groeiende en naar bouwgrond smachtende gemeente Den Haag ‘verkocht’, met daarop zo’n 1300 bewoners. Op een totaal van 6.000 inwoners betekende dat een behoorlijke aderlating aan gemeentelijke inkomsten. De kwaliteit van de openbare voorzieningen kon steeds moeilijker op pijl worden gehouden. In 1923 werd in de gemeenteraad van Loosduinen met 7 stemmen vóór en 6 stemmen tegen besloten om op te gaan in de gemeente Den Haag.

Wordt vervolgd…
Vanaf 1923 is Loosduinen dus onderdeel van Den Haag. In de loop der jaren is het stadsdeel steeds verder uitgegroeid tot het wat het nu is: “een dorp in de stad”. In het volgende deel van deze serie wordt verteld welke wijken er in de loop der jaren bij zijn gekomen en wat het wonen in dit ‘dorp’ zo aantrekkelijk maakt. Het volgende deel verschijnt op vrijdag 12 september 2014 op DenHaagDirect.

Bekijk ook: Wonen in Loosduinen? Meesters Makelaars vertelt u waarom (1)

Kijk voor meer informatie en het actuele woningaanbod op de website van Meesters Makelaars.

1200 getoond, 99 bekeken

2 thoughts on “Wonen in Loosduinen? Meesters Makelaars informeert u waarom (2)

  1. Leuk beknopt verslag! Kleine notitie: Den Haag heeft Loosduinen in 1923 uiteindelijk overgenomen, maar wel in ruil voor het aanleggen van riolering voor het kleine dorp. Hierdoor ontstond dus zeker wel een win-win en niet een keihard “landje-pik”. Beiden gemeenten hadden elkaar nodig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *