Zwevende kunst van Calder
Ons Haags Museum begint naar de Europese top te kruipen. Zowel in Rome als Parijs werd aandacht besteed aan de grote Mondriaancollectie die het museum heeft: misschien wel de grootste ter wereld. Er is ook een levendig tentoonstellings-beleid, waarbij internationale manifestaties worden afgewisseld door tentoonstellingen over Nederlandse kunstenaars, zowel van toen als van nu. Dat is natuurlijk niet gek, met zo’n collectie.
Hoorde ik laatst een bestuurslid van het “Stedelijk” in Amsterdam, ooit spraakmakend, actueel en beroemd, klagen dat het museum een goede middenmoter zou worden, ik denk dat “ons” Gemeentemuseum boven zichzelf uitstijgt. Kan ook niet anders met zo’n schitterende gebouw, met een grote eenheid van binnen- en buitenarchitectuur.
Ook nu is er een interessante, mooie en zeer bijzondere tentoonstelling waarin twee kunstenaars bij elkaar gebracht zijn, die in feite weinig met elkaar te maken lijken te hebben: Piet Mondriaan (met twee a’s zei de in New York woonachtige Joost Elffers, en niet Mondrian met één a) en de schilder/beeldhouwer/sieradenmaker Alexander Calder.
De titel “De Grote Ontdekking” spreekt boekdelen
: het gaat om de invloed die Mondriaan uitoefende op de Amerikaanse kunstenaar, nadat deze in 1930 het atelier van Mondriaan had bezocht in Parijs en daarover vertelt in een brief, waarin hij ook stelt dat dat bezoek zijn kunst veranderde. Niet voor niets is dan ook als “pièce de résistance” op deze tentoonstelling het atelier van Mondriaan nagebouwd: het is een wonderlijke gedachte dat atelier te zien niet temidden van de echte wereld van Parijs, maar tussen de wereld van zijn schilderijen. Daarin creëert hij vanuit een spiritueel-intellectuele visie zijn eigen wereld met kleuren, evenwichten en vormen.
Zaterdag heb ik bij toeval in de aula ( de vroegere filmliga-kunstbioscoop de UITKIJK, waarin ik, zowel in Amsterdam als den Haag vele uren doorbracht) een gesprek meemaakte tussen Alexander S. C. Rower, voorzitter van de Calder Foundation New York , de kleinzoon van de beeldhouwer, en uitgever Joost elffers, de buurman van de “president” en zoals Alexander S.C. zei: “my favourite Dutchman”.
Kennen wij Calder als de man van de kleur, de vorm en de beweging vooral met zijn speelse mobiles die voortdurend van vorm kunnen veranderen, de kleinzoon voegde er nog aan toe, dat, volgens hem, het belangrijkste element in het werk de energie was, waaraan, na een discussie en een vraag uit de zaal nog iets van spiritualiteit werd toegevoegd: de kunstenaar was volgens zijn kleinzoon, geen mysticus, maar wel mystiek. Calder en Mondriaan hebben ook gedanst: helaas bleek de techniek niet voldoende en kregen wij dat filmpje niet te zien, wat jammer was. Overigens was de levenslustige kunstenaar Calder een betere danser dan de wat houterige Mondriaan die in zijn atelier vooral koele jazzmuziek draaide. Hoe Calder met dans en show bezig was, blijkt uit zijn plastiek Josephine Baker, een vederlichte staalconstructie. Een boeiend gesprek, waarin twee niet kunsthistorici hun liefde voor kunst in het algemeen en Mondriaan en Calder in het bijzonder konden uitstralen.
De tentoonstelling is uniek in de zin dat de grote ontdekking “Mondriaan en Calder bevriend en elkaar inspirerend” het thema is. Zoals gezegd, vormt de reconstructie van het atelier van Mondriaan (uit 1926 niet uit 1930) het hart van de tentoonstelling, waarbij veel mobiles van Calder (evenals wat schilderijen, sieraden en tekeningen) en schilderijen elkaar afwisselen. Ik vond het ook een leuke tentoonstelling: het werk van Calder straalt energie en levensplezier uit.
Hoe ons museum zich nu profileert blijkt uit de vele foto’s die gemaakt zijn in het Stedelijk Museum in Amsterdam, toen nog onder leiding van de fameuze Willem Sandberg die met zijn tentoonstelling “Bewogen Beweging” ( ik liep als puber verwonderd en nieuwsgierig langs al die vreemde kunst van Calder en Tinguely, een puber opgevoed met Rembrandt en de klassieken) het Stedelijk op de kaart zette en bevriend raakte met Calder.
We kunnen best trots zijn op ons Gemeentemuseum dat met deze tentoonstelling niet alleen een leuke publiekshappening organiseert met diverterend gehalte, maar ook nog een belangwekkende tentoonstelling maakt.
Voor meer informatie over de tentoonstelling, zie hier.





februari 15th, 2012 at 13:18
Wat een leuk blog, Hans! Ik ben ook apetrots op ons prachtige Gemeentemuseum, en het beleid is tegenwoordig zo aanstekelijk actief, de ene boeiende expositie na de andere, en inderdaad heeft het de grootste collectie Mondriaans ter wereld. Ga binnenkort genieten van Calder.
februari 15th, 2012 at 13:47
Ik hoopte al dat je er over zou bloggen, Hans! Voor zover het GM daarvoor gezorgd heeft, is het ook boven zichzelf uitgestegen in publiciteit. Werkelijk alle grote gedrukte media hebben aandacht besteed aan deze unieke tentoonstelling!
Blijft opmerkelijk dat Calder zo’n adept was van Mondriaan (zat aan zijn sterfbed), maar professioneel omgekeerd wat minder. Zou Mondriaan stiekem de beweeglijker stukken van Calder als concurrentie gezien hebben?
februari 15th, 2012 at 17:16
Het mooie van Mondriaan is nu juist, Danny, dat er in zijn schilderijen gigantisch veel beweging zit, zonder dat ze écht hoeven te bewegen
februari 16th, 2012 at 13:35
@Renée
Je bedoelt Mondriaan nav een suggestie door Calder in 1930 tegen hem: “No! My paintings are already very fast”!
Toen is Calder het maar zelf gaan doen en schreef Duchamp twee jaar later, dat hij “moving Mondrians” wilde gaan maken.
Ik hoop dat ze de mobiles goed in de tocht hebben gehangen, dan bewegen ze zo mooi. Snel gaan kijken!
februari 16th, 2012 at 14:12
En je hebt ook kunstenaars die zich door Mondriaan, Theo van Doesburg, Vordemberge Gildewart enz. hebben laten inspireren voor hun driedimensionale werk, zoals mijn eigen echtgenoot die ook in het Gemeentemuseum geëxposeerd heeft en van wie het werk eveneens getuigt van een prachtige dynamiek.
Hier een linkje naar een monumentaal werk in Den Haag van hem: http://www.binderart.nl/html/proj_roest_001.html
Ken je BTW het werk van George Rickey? Prachtige mobiles ook. http://en.wikipedia.org/wiki/George_Rickey
februari 16th, 2012 at 14:15
Stoere ava trouwens, Danny!
februari 18th, 2012 at 10:14
Leuke discussie.Ook zonder tocht leuke tentoonstelling.
februari 18th, 2012 at 11:48
@Renée
Bedankt voor de leestips en info. Rickey speelt zo ook met de weerkaatsing van het licht!
Ach ja, die ava; die stoere fiets compenseert inderdaad veel…
@Hans
Zouden ze moeilijk doen als je een föhn en verlengsnoer mee zou nemen?
februari 18th, 2012 at 13:58
Graag gedaan! Heb je toevallig mijn blog met de ‘prikkelende’ titel gezien op Nogal Irritant? Later geplaatst dan voorgaande berichtje in deze draad.
http://nogalirritant.tumblr.com/post/17711934659/hoe-kunst-de-economie-juist-draaiende-houdt-door
“Ach ja, die ava, die stoere fiets compenseert inderdaad veel…”
Je bescheidenheid siert je
februari 18th, 2012 at 13:59
@Hans, goede blogs verdienen ook een leuke discussie, toch?