Achter groene horren, een Haagse ambtenarenroman

oudsh 002

Van Imhoffplein 17 (2e etage), woning J. van Oudshoorn

Een waarschuwing vooraf

De vaak autobiografische romans en verhalen van J. van Oudshoorn, pseudoniem voor Jan Koos Feijlbrief, schetsen meestal een pessimistische en sombere uitzichtloze wereld. Het meest aangrijpende boek is wel ‘Willem Merstens’ levensspiegel’. Het is verstandig dat mensen met een beetje depressieve inslag niet twee Oudshoorntjes achter elkaar gaan lezen. Gezien de inhoud van zijn werken kiest de auteur voor een pseudoniem. Wie was deze, in Den Haag geboren en gestorven, schrijver?

Een korte biografie

Van Oudshoorn wordt op 20 december 1876 geboren in de Herenstraat (toen nog Heerenstraat) nummer 7, met uitzicht op het Plein. Hij groeit op in een kleinburgerlijk milieu, zijn vader is een lage ambtenaar bij het Algemeen Rijksarchief. Na enkele verhuizingen komt het gezin te wonen op Hoefkade 428, hoek Falckstraat. Daarna verkast de familie, de vader is inmiddels overleden, naar het adres Koningstraat 315. Van Oudshoorn bezoekt eerst de lagere school voor minderbedeelden in de Achter-Raamstraat en vervolgens de ‘gewone’ in de Falckstraat, recht tegenover het ouderlijk huis. Daarna doorloopt hij de HBS in het Bleijenburg. Om zijn studiejaren af te sluiten bij het zogeheten Indisch Instituut in Delft, waar hij overigens zakt voor een belangrijk afsluitend examen.

Op 1 oktober 1899 wordt Van Oudshoorn aangesteld als tweede klerk bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Gezien de bescheiden wedde blijft hij bij zijn moeder in de Koningstraat wonen. In 1905 ontvangt Van Oudshoorn een aanstelling als tweede kanselier bij de ambassade in Berlijn. Hij trouwt daar met de Duitse mannequin Marie Teichner. Vanwege de bezuinigingen (de jaren dertig!) wordt hij op 1 januari 1933 eervol ontslagen en ontvangt vervolgens tot zijn 65e een wachtgelduitkering. Na enige omzwervingen betrekken Van Oudshoorn en zijn vrouw een etagewoning aan het Van Imhoffplein in het Haagse Bezuidenhout. Op 31 juli 1951 overlijdt de schrijver als gevolg van een hartfalen.

De roman ‘Achter groene horren’

Het boek, verschenen in 1943, ontleent zijn titel aan de groene horren in de kamers van de ambtenaren. In feite bestaat de roman uit twee delen. In het eerste deel wordt in tamelijk stroef proza de jeugd van een niet met naam genoemde persoon, in feite Jan Koos Feijlbrief, beschreven. Een zin als ‘Kort voor het bos stremde van een doodlopende gracht het drabbige water vals-groen’, moet ik twee keer lezen en dan begrip ik hem nog niet helemaal.

De auteur beschrijft de eenzaamheid, het isolement, de vervreemding en de angst van zijn jonge hoofdpersoon. De omgeving is duidelijk het polderlandschap – een landschap met weiden en slootjes – waarin de nieuwe Haagse (Schilders)wijk verrijst. De schrijver ziet rond de Hoefkade zijn school (recht tegenover zijn huis), het station Hollands Spoor en de grote fabriek (waarschijnlijk de ijzergieterij De Prins van Oranje aan de Stationsweg).

horren 001

Het tweede part van het boek, veel vlotter geschreven, beschrijft de ambtelijke belevenissen (zie hierna) van de hoofdfiguur. Dat tweede deel eindigt met een happy end, namelijk de gewenste overplaatsing van de ambtenaar naar het gezantschap in Berlijn. Een zeer ongebruikelijk slot voor een roman van Oudshoorn. Ik vermoed dat het derde deel over zijn eenzame bestaan in de Duitse hoofdstad ongeschreven is gebleven.

Ambtelijk leven in Den Haag

Op 1 oktober 1899 wordt Jan Koos dus ambtenaar bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, toen nog gevestigd in een pand naast het voormalige hotel De Twee Steden. Het is een klein departement met zo’n dertig medewerkers. De minister kent eigenlijk iedereen min of meer persoonlijk.

Vanzelf ervaart Feijlbrief de gebruikelijke eigenaardigheden van de ambtenarij. De uiterst karige wedde (verondersteld werd dat dit gebeurde om minvermogenden buiten de deur te houden), de gratificaties, de ambtelijke rangen (adjunct-commies e.d.), de bevorderingen, de beroepskledij, het prachtige rokkostuum van de bodes, het wachtgeld, de roddels en de nieuwtjes (vooral aangeleverd door de Kamerheer die weet met wie en waarover de minister spreekt). Voorts is er de ambtelijke eigenaardigheid om ambtenaren nog snel even voor hun pensioen te bevorderen, dan genoten zij namelijk een hoger pensioen. In mijn tijd bij het Centraal Bureau voor de Statistiek heette dat een persoonlijke rang.

Grappig is ook dat de ambtenaar desgewenst vakantie mag nemen, mits hij dan ook daadwerkelijk tijdelijk Den Haag verlaat. Anders zou het publiek de beambte maar doelloos door Den Haag zien rond slenteren, hetgeen niet gunstig was voor het imago van de ambtenaar in het algemeen.

De werkzaamheden van de jonge medewerker bestaan vooral uit collationeren. Voor niet-ambtenaren: het vergelijken van een afschrift of de drukproeven met het origineel. Waarbij een persoon leest en de ander de tekst controleert. Ook ik heb dat destijds bij het CBS tot in den treure moeten mee maken. Des te erger was dat die tekst vooral uit eindeloze cijferreeksen bestond.

Kort voor zijn overplaatsing naar Duitsland moet Jan Koos opnieuw kuren in een kliniek vanwege een geslachtsziekte. Feijlbrief meldt zijn sympathieke chef dat hij op ‘wintersport’ gaat. Zijn superieur kan een glimlach nauwelijks onderdrukken, maar gaat akkoord. Het overige personeel denkt er natuurlijk het zijne van. De chef draagt Jan Koos ook voor voor overplaatsing. Dit lukt wonderwel. Zijn concurrent is namelijk iemand met een adellijke titel. En die personen hadden destijds niet één maar meerdere streepjes voor.

In het brievenboek ‘Het onuitsprekelijke’ van Oudshoorn komen zijn eenzame jaren in Duitsland aan bod. Helaas zijn die teksten nooit in geromantiseerde vorm gepubliceerd, ook niet in ‘Achter groene horren’.

704 getoond, 189 bekeken

One thought on “Achter groene horren, een Haagse ambtenarenroman

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Om Spam en automatische reacties te voorkomen aub onderstaande beantwoorden *