Bakkerij Steenbeek

Boerenstraat hoek Bloemfonteinstraat

Bakkerij Steenbeek

Jan’s woonwijk is vernoemd naar plekken en figuren uit de Boerenoorlog. Daar zijn mooie namen bij: Springfonteinstraat, Viljoenstraat en Langnekstraat. Vreemd genoeg zijn er straten in zijn wijk waar hij niet of nauwelijks komt. Andere kan hij uittekenen, zoals de Boerenstraat. Zes dagen in de week loopt Jan op weg naar de mulo er doorheen. En jarenlang bezorgt hij, bijna huis aan huis, de Haagsche Courant in deze straat.
Het middenstuk van de Boerenstraat vormt een plantsoen, een kleine oase binnen de grauwe straten van de Transvaalwijk.

In het miniparkje zijn een stuk of wat bankjes neergezet. De zitplaatsen staan er vooral voor mensen die de nabijgelegen markt (mart zeggen Hagenezen) aan de Herman Costerstraat hebben bezocht.

Een gezette man ploft neer op het bankje. Hij wil even uitblazen en zet zijn boodschappentassen naast zich neer. De tassen staan op twee ronde putdekseltjes. ‘GEB’ (Gemeentelijk Energiebedrijf) staat op het ene en ‘Kookt op gas!’ op het andere. Zijn er dan nog Hagenezen die op een petroleumstelletje koken? Het woord ‘Kookt’ kan zijn goedkeuring wegdragen. Gebiedende wijs meervoud krijgt een t, heeft hij nog geleerd op zijn lagere school. Dat is al weer even geleden, tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de bezetting bood zijn school, de Prinses Beatrix School, tijdelijk onderdak aan het Joods Lyceum (1941-1943). De concentratie van Joodse leerlingen vereenvoudigde het barbaarse werk van de bezetter.  En in de Hongerwinter verschafte bakkerij Steenbeek, ook aan hem, maaltijden aan vele honderden kinderen uit de wijk. Zeker, men bakte ook brood voor de Duitsers. De termen zwart en wit passen niet zo goed in die periode. Liever kan men spreken van vijftig tinten grijs.

De passant heeft het warm. Er schijnt slechts een mager voorjaarszonnetje, maar het gesjouw met de zware boodschappen doet hem zweten. Om zich heen kijkend ziet de dikke man de vertrouwde beelden: de winkeltjes op de hoeken van de straten. De kantoorboekhandel annex leesbibliotheek, bakkerij Steenbeek en schoenmaker Schaap. Jan zit met zijn dochter in dezelfde klas. Roosje Schaap, een naam voor een erg zielig meisjesboek. Iets terug is het hulppostkantoortje. Misschien wel het meest bijzondere postkantoor van Nederland, gevestigd in een vogelwinkel. Haalt Jan postzegels voor de lerares Frans, dan moet hij tussen de parkieten, kanaries en vinkjes op zijn beurt wachten.

Blijft de passant wat langer wat langer zitten dan kan hij met eigen ogen de verzuiling in Nederland constateren. Links in de Bloemfonteinstraat is de openbare mulo en rechts in de Fisherstraat zijn oude openbare lagere school. Wendt hij zijn ogen richting Schalk Burgerstraat dan ziet hij het baken en middelpunt van de Transvaalwijk, de hervormde Julianakerk. Nauwelijks honderd meter verder staat in de Brandtstraat de katholieke kerk. Draait hij zijn hoofd een kwartslag, dan komt de gereformeerde kerk in de Kockstraat in beeld.

Zijn overdenkingen worden wreed verstoord, een lawaaiige auto passeert. De automobilist is op weg naar het bedrijfje van Piet de Lasser op het eind van de Boerenstraat. Week in, week uit wordt zijn boodschap herhaald in het huis-aan-huisblad Transvalia: ‘Rijden met een lekke uitlaat is irriterend, voor een paar gulden last Piet de Lasser alles weer’.

De man pakt zijn tassen op en slentert verder. Langs de winkel van Steenbeek, met als specialiteit het echte friese roggebrood, waar de weldadige geur van vers brood hem tegemoet komt. Helaas heeft hij op de markt al het karton van bakkerij Het Stoepje gekocht. Het bedrijf heeft twee filialen, in de Wagenstraat en op de Prinsegracht. Dat laatste filiaal zat naast de winkel-met-de-koe (in de etalage stond een opgezette koe). Het bedrijf is later verplaatst naar de Boerenstraat. De koe schijnt onderweg verdwaald te zijn.
Het hoofdfiliaal zelf zit in de Boerenstraat, de aanpalende bakkerij is onder twee portieketages in de Bloemfonteinstraat gevestigd. Enkele treden van de portieken zijn voorzien van roosters. De bewoners kunnen met hun neus vaststellen wat de bakkers bakken. Via een zijdeur van de bakkerij komt men in een afgesloten ruimte terecht, waar ze het zogeheten retourgebak verkopen.

De bezorgers van Steenbeek gaan met hun houten bakkerskarren de wijk rond. Achterhaalde arbeidsomstandigheden. De bezorgers van HUS en Lensvelt Nicola rijden dan al in een gemotoriseerde driewieler. Okerkleurig zijn de karren, voorzien van de sierletters ‘Steenbeek’. Brood en gebak dat over is, brengen zij naar het retourwinkeltje. Daar verkoopt men het voor de helft van de prijs.
Door al zijn gesjok heeft de dikke man trek gekregen. Een blonde jongen van een jaar of twaalf houdt de deur van het retourwinkeltje voor hem open. Jan heeft wat klusjes gedaan voor de buurvrouw, de kwartjes branden in zijn rechterbroekzak. Wat zal hij vandaag eens nemen? Een reuzeneierkoek, een harde mokka of een moorkop? De eierkoek is voor de helft in chocola gedoopt en ziet er smakelijk uit. Dat wordt hem vandaag. Rustig happend keert hij huiswaarts. De Boerenstraat door en dan de hoek om, de Wesselsstraat in. Dat moment valt samen met zijn laatste hap. Jan veegt de kruimels van zijn mond. ‘Kees de Jongen’ en ‘De Katjangs’ wachten geduldig op zijn thuiskomst. Morgen met klas 1A fietsen naar de Bollenstreek en daarna een huiswerkloos weekend. Het geluk zit hem nog in de kleine dingen.

9 thoughts on “Bakkerij Steenbeek

  1. Heel leuk om te lezen. In de dertiger jaren heeft mijn moeder als verkoopster gewerkt bij bakkerij Steenbeek. Toen ik nog kind was nam ze me regelmatig mee naar Den Haag om op visite te gaan bij mensen die ze nog kende uit die tijd. Ik herinner me het echtpaar Norder dat boven de bakkerij woonde. Ze had prachtige professionele groepsfoto’s van het personeel van de bakkerij waar zij uiteraard ook op stond. Deze foto’s heeft ze helaas kort voor haar overlijden vernietigd, een grote frustratie voor me want als groot liefhebber van oude fotografie zou ik ze dolgraag in mijn bezit hebben… misschien via deze weg?

  2. Leuk om dit te lezen.
    Woonde als kind in de bunschotense straat.
    Daar kwam iedere zaterdag steenbeek.
    Ook hus had deze wijk.
    Boerenstraat ben ik ook wel geweest.
    Inderdaad brood en gebak kon je er op zaterdag namiddag voor weinig kopen.
    Dit deden zeker de grote gezinnen.

  3. Wat een heerlijk stuk herkenning. Hard werken, blij met weinig. Zo geborgen en toch vrij. Moet je nu eens om komen, onvrede druipt tegenwoordig van de gezichten af van jong tot oud!

  4. Steenbeek was mijn opa, mijn vader nam in de 70’er jaren de bakkerij en winkel in de Boerenstraat/Bloemfonteinstraat over. Als kind liep ik er al vroeg rond, en ik heb er vanaf mijn 12e tot ongeveer 21e gewerkt. Puntjes inpakken in de vakanties, later in de expeditie en bestellingen rijden toen ik mijn rijbewijs had. Fantastische tijd, hard werken voor mijn vader, mijn moeder en mijn broer. Goeie leerschool!

  5. Dit is oude nostalgie.
    Ik heb bij steenbeek gewerkt in de boerenstraat- vaillantlaan- wagenstraat,
    Met steenbeek zelf kon je ook wel lachen, het was toen een tijd dat de klant belangrijk was.
    Als je lunch pauze had en het werdt wat drukker moest je bij springen.
    Ja het was een mooie tijd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Om Spam en automatische reacties te voorkomen aub onderstaande beantwoorden *