De wereld van de Haagse kunstenaar, 91 – Zaida Oenema

Op de Papier Biënnale in Museum Rijswijk (nog te zien tot 7 oktober) zag ik prachtig werk. Onder andere dat van Zaida Oenema. Haar werk was geconcentreerd, minder uitbundig dan het andere werk op de Biënnale. Het had verwantschap met dat van de Nul-kunstenaars als Jan Schoonhoven, Armando en Henk Peeters.  

Toevallig of niet, als ik de werkruimte van Zaida Oenema in de Weimarstraat inloop zie ik daar een exemplaar van De Groene Amsterdammer met Jan Schoonhoven op de voorkant.

“Het werk van Schoonhoven vind ik inderdaad prachtig. Bepaalde elementen van de Nul-of Zero groep gebruik ik ook in mijn werk, zoals herhaling, monochromie, licht en beweging. Een verschil is dat ik niet het individuele handschrift of spoor van mij als maker probeer te vermijden of uit te sluiten in mijn werk. Juist het samenspel tussen de haast ‘machinale’ herhalingen en de handmatigheid van het maken creëert een spanningsveld dat ik interessant vind. Ik zou mijn werk misschien eerder ‘reductief’ noemen.”

Stilte  

Zaida Oenema werkte 10 lang in ‘De Grote Pyr’, een kunstenaarsruimte op de Waldeck Pyrmontkade, maar sinds ze 1,5 jaar geleden verhuisde naar de Weimarstraat, heeft ze een van de kamers van haar nieuwe woning als haar atelier. “Dit is bedoeld als tijdelijke oplossing, tot ik elders een atelier vind, maar het bevalt heel goed thuis te werken.”

Stilte is haar thema. “Met stilte bedoel ik niet het ontbreken van geluid. Het gaat mij om een bepaalde vorm van rust, dat je je hoofd leeg maakt, vrij van maalstromen of to-do-lijsten, waardoor je helder kunt waarnemen en je je opnieuw kan verwonderen over dingen om je heen.”

Ze wilde fotograaf worden en volgde de richting Fotografie op de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten (KABK) in Den Haag. Vervolgens werkte ze drie jaar  als freelance fotograaf. Daar kreeg ze op zeker moment genoeg van en ze besloot weer te gaan studeren, nu aan de St. Joost Academie en haalde daar een master, in de fotografie. “Daar heb ik vooral performatieve acties gedaan die ik vast legde met behulp van fotografie en video. Het ging over hoe mensen in onze westerse samenleving zich verhouden tot maatschappij, vol met ongeschreven regels, aannames en verwachtingen.”

The Perfect Dot  

Na haar master begon de interesse voor de fotografie langzaamaan minder te worden en werd haar drang naar ‘materie’ – het fysiek bezig zijn met materiaal sterker. “Ik was een beetje klaar met al dat digitale en de computer-arbeid. Ik wilde weer spelen, voelen en ruiken. Rond 2010 verplaatste mijn focus zich steeds meer van de externe mens – de mens als fysiek aanwezig gegeven in mijn werk – naar de intrinsieke mens waarin het gedachte-proces belangrijker is. Ook het handmatige maken, het materiaal zelf en de methode / de handeling kwam steeds meer centraal te staan.”

Een voorbeeld van zo’n overgangswerk uit deze periode is ‘Dance’ (2009) waarin ze letterlijk de mens (haarzelf) uit het beeld heeft ‘weg-getekend’. “De basis van dit werk is mijn video ‘All My Clothes, Den Haag 2008’, waarin je mij al mijn kleding over elkaar ziet aantrekken – en hoe dat steeds moeizamer wordt. Voor ‘Dance’ heb ik hier 4 video-stills uit gekozen en heb deze op groot formaat laten printen, waarna ik de persoon weg heb getekend met marker zodat alleen de vorm over bleef.”

Tijdens deze ‘transitieperiode’ maakte ze ook het werk ‘The Perfect Dot’ (2010-2011) dat bestaat uit een rol papier van 1 x 10 meter, waarop ze met balpen rondjes tekende, zonder liniaal en grid/rasterlijn. “Het is een concentratie-oefening met als doel ‘de perfecte stip’ te tekenen zonder hulpmiddelen, met de wetenschap dat mensen geen perfectie kunnen bereiken terwijl we dat vaak in ons werk of in onszelf toch nastreven.”

Deze aanpak heeft ze vanaf die tijd min of meer vastgehouden.

Hendrik Werkman  

Heeft ze kunstenaars die haar hierbij inspireerden? De Amerikaanse kunstenaar Agnes Martin, of eerder stromingen zoals de zero-groep en de minimalisten of constructivisten. Maar ook bijvoorbeeld Hendrik Werkman uit Groningen, ook bekend als de drukker van ‘De Ploeg’, de Groningse kunstenaarsvereniging. “Hij knipte vormen waarbij hij naar de essentie ging, van bijvoorbeeld een lichaam of een tafel. Hij gebruikte kleur. Ik houd van zijn eenvoud, materialiteit en speelsheid. Wat ik mooi vind is dat zijn werk zo kleurrijk is. Ik denk ook vaak in kleur, maar bij mijn eindigt mijn werk tot nu toe altijd in een vorm van wit. Waarschijnlijk vanwege mijn reducerend gedachtenproces. Blijkbaar ben ik nog niet klaar met grijs, zwart/wit en monochroom. Kleur komt vanzelf wel.”

Organisch en niet-organische grid  

Aan de muur hangen haar papierwerken zoals die op groter formaat ook op de Biënnale te zien zijn. Raster/grid patronen met cirkeltjes. Regelmatige patronen en daarnaast zwermpatronen, alsof je spreeuwen voorbij ziet gaan. Het organische en het niet-organische grid. “Het werken aan een beeld zonder gestructureerd grid of raster is spannender, je bent dan meer aan het tekenen of schilderen in de zin van dat compositie en plaatsing een belangrijke rol gaat spelen, t.o.v. het ‘invullen’ van een van te voren bedacht kader. Beiden mislukken trouwens even snel – het papier is dun, de brander heet en voor je het weet heb je een fout gemaakt en dan kan het hele vel de prullenbak in.” Ze is als ze het maakt geconcentreerd bezig. “Drie uur werken, even pauze, dan weer drie uur werken en dan ben ik moe.” Ze begint ’s ochtends en als ze ophoudt laat ze iets achter dat nog verder bewerkt moet worden. “Ik heb dan het gevoel ‘Jammer dat ik niet door kan gaan’. Het zorgt ervoor dat ik niet in een impasse raak en geeft me een grote zin om in de ochtend direct weer verder te gaan.” Ze trekt de la open en zie ik de streepjeswerken, ook op de tentoonstelling te zien. Haar instrumenten zijn een scalpel, dat ook gebruikt wordt door een chirurg, een soldeerbout, hij ligt onder de tafel en af en toe een roller.

Rust

Waarom is haar thema, stilte, voor haar belangrijk? “Het was al aanwezig in mijn fotografie. Daarin maakte ik mijn beelden ook zo kaal mogelijk om alleen datgene te laten zien wat essentieel was voor het verhaal. Doordat de hele maatschappij steeds digitaler werd, met gevolgd dat online aanwezigheid en bereikbaarheid steeds meer de norm werd, kreeg ik behoefte aan afstand en rust of beschouwing. Ik heb ’t niet alleen zelf als maker nodig, maar ik wil met mijn werk ook een stiltemoment creëren voor de toeschouwer. Dat ze als het ware met het werk ‘in gesprek’ kunnen gaan. Ik hoop dat ik de rust en concentratie die ik ervaar tijdens het maken, kan overbrengen.”

Is het iets boeddhistisch? “Het stil worden zit volgens mij in elke godsdienst of levensbeschouwing, niet per se alleen in het boeddhisme. Ook in het christendom, bijvoorbeeld bij de woestijnvaders (of moeders) uit de 3e eeuw . Dat waren monniken die ervoor kozen om in eenzaamheid de stilte op te zoeken van de woestijn, om zich beter te kunnen te richten op – en te luisteren naar God. Mensen zoeken toch vaak naar iets spiritueels of iets dat ze kan verbinden. Maar ik benader mijn werk niet vanuit religie, al speelt mijn geloof in God indirect wel een rol.”

Erfurt  

Op dit moment hangt haar werk ook op de tentoonstelling ‘Contemporary Contemplations’ in het Kunsthaus van Erfurt, in Duitsland. De tentoonstelling begon in Amsterdam, bij Arti et Amicitiae, reisde toen door naar Berlijn, het Künstlerhaus Bethanien en zit dus nu in Erfurt. “Er is veel constructivistische en reductieve kunst te zien, non-figuratief. Ik voel me er erg thuis. Het is met twee curatoren begonnen die kunstenaars voor de tentoonstelling in Arti uitnodigden. In elke stad zijn er kunstenaars bijgekomen.” Er is veel interesse voor de tentoonstelling en de reacties zijn goed.

Finland  

Zaida Oenema woonde tot haar vijfde in Finland, haar moeder is Fins, en behoorde tot de Zweedstalige bevolkingsgroep. Om het jaar gaat ze nog naar Finland. Ze studeerde in 2004 af bij de KABK en in 2009 bij St. Joost. Na het St Joost zat ze met veel plezier bij de RAM Galerie van Berry Koedam, totdat RAM afgelopen jaar met de galerie stopte. Nu doet ze het regelende werk zelf. “Met eigen initiatieven kun je ook zonder galerie een heel eind komen. Ik heb genoeg drijfveer om door te gaan. Ik vertrouw erop dat er altijd wel iets staat te gebeuren.” Ze vindt het heerlijk als ze bezig is met werk. “Ik heb natuurlijk ook moeilijke dagen, maar in de kunst en de noodzaak daarvan, geloof ik heilig.”

Snijden  

We lopen nog even naar de muur waar ze me op werken die op de grond staan wijst. Links een uitgesneden witte boom en rechts bamboe takken. “Een van de eerste snijwerken. Ik maakte ze in 2016. ‘Grappig’ dacht ik toen. Er zit al veel vereenvoudiging in. Het is het begin geworden van de Fields-serie; de sprietjes gesneden in grids.” We lopen naar een ander kastje waar ze de chirurgische scalpels tevoorschijn haalt. Een heel setje. Voorlopig blijft ze snijden. En branden natuurlijk.

 

1821 getoond, 134 bekeken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Om Spam en automatische reacties te voorkomen aub onderstaande beantwoorden *