De wereld van de Haagse kunstenaar, 93 – Elisabeth (Piet) Rijkels – Visser

In 2002 lag er in het Atrium van het Haagse stadhuis een spectaculair kleurrijk tapijt van de Koreaanse kunstenaar Michael Lin. Met dit tapijt in het achterhoofd vroeg de stichting Atrium City Hall de ontwerper Elisabeth Rijkels van Piet Design opnieuw een kleurrijk ontwerp te maken voor de tegelvloer van het Atrium.

Elisabeth bedacht een compositie van veelkleurige, oud-Hollandse (plak)tegels op de bestaande vloer van het Atrium. Daarin is onder meer het stadswapen van Den Haag verwerkt, de ooievaar. De ooievaar heeft een paling in zijn bek. Ook zijn er twee vitrinekasten in de vorm van een ‘paling’ waarin tegelvondsten te zien zijn die de Archeologische Dienst van de gemeente de laatste 35 jaar heeft gedaan.

De Hollandse cultuur

Elisabeth Rijkels, om enige toelichting gevraagd: “Het is historisch verantwoord. Ik wil laten zien dat dingen / voorwerpen hun verhaal hebben. Op die manier kunnen de mensen er wat van meepikken. Historisch besef is van belang. De laatste tijd zijn mensen bang voor invloeden van buitenaf, ze zijn bang dat de Hollandse cultuur verloren gaat. Maar qua kennis van de eigen cultuur komen ze vaak niet verder dan tulpen, klompen en molens.”

Rijkels komt uit een leraarsgezin. “Het zit in mijn genen om mensen iets over te brengen. Het gaat er in eerste instantie om dat mensen het leuk vinden. Kunst en vormgeving moeten aangenaam en bruikbaar zijn. Mensen moeten zich er prettig in voelen. Dan kun je de mensen vervolgens iets bijbrengen. Dan maak je gebruik van het herkenningsmechanisme. Je hebt iets eerder gezien. Dat gebeurt ook met logo’s van merkkleding, bijvoorbeeld het krokodilletje. Als mensen iets vaker zien, gaan mensen het waarderen.”

Bouwplaten

Ze groeide op in Baarn. Op de middelbare school begon ze op haar 17e met het ontwerpen van bouwplaten. “Mijn eerste bouwplaat maakte ik van Kasteel Groeneveld in Baarn. Daarna ben ik Bouwkunde in Delft gaan studeren. Dat heb ik netjes afgemaakt. Ik ben architect geworden. Ik bleef maar bouwplaten maken, onder andere een bouwplaat van het Binnenhof. Op zeker moment was ik de grootste bouwplatenproducent van Nederland. Op mijn 18e startte ik een eigen bedrijf, dat mocht toen pas op die leeftijd. Later met al die internet start-ups is die leeftijdsgrens verlaagd.”

De vouwbare tulpenvaas

Heeft ze een sleutelwerk, een werk dat haar op een nieuw spoor zette? Dat blijkt er inderdaad te zijn. “Ik was altijd andere gebouwen aan het namaken. Dat voelde na verloop van tijd niet zo creatief meer. Rond het jaar 2000 maakte ik iets nieuws, ‘de vouwbare tulpenvaas’, een piramidevormige vaas die je laagsgewijs op elkaar stapelt en waarin je vervolgens tulpen steekt, in het water vanzelfsprekend. Dit werd een hit, hij werd en wordt verkocht in het Rijksmuseum en het Mauritshuis en andere musea. Die tulpenvaas betekende de overgang van het maken van ontwerpen in opdracht naar het in eigen beheer maken van producten.”

De meeste producten zijn bouwbaar en vouwbaar. Behalve in de musea liggen ze bij boekhandels, designwinkels en op Schiphol, voor de toeristen. In Museum Rijswijk was vorig jaar november een overzicht te zien van haar ontwerpen. En ze deed ook mee aan de Papier Biënnale dit jaar in datzelfde museum, op een bijzondere manier. “Er waren prachtige papierkunstwerken in de zalen, maar mijn bijdrage was te zien in de wc’s. In elke wc hing niet 1 wc rol, maar een hele wand vol met rollen van verschillende merken en kwaliteiten. Sommige drielaags, sommige besprenkeld met aloë vera. Bij het invalidentoilet waren zelfs 18 soorten toiletpapier aanwezig. Al het toiletpapier was wel hier in de buurt aangeschaft. Je staat ervan te kijken wat er allemaal is. De bezoekers kwamen stralend uit het toilet. Het publiek ging door deze installatie heel anders naar wc papier kijken. Van iets alledaags kunst maken, dat vind ik mooi!”

kUnst met een grote U

Elisabeth Rijkels maakt kunst met een grote U, zegt ze. “U, de kijker, de waarnemer, de gebruiker, speelt een grote rol. U wordt deel van mijn kunst. In de tentoonstelling in het Atrium kun je ook door een labyrint lopen, daarmee word je onderdeel van de installatie.”

Ze komt nog even terug op de angst voor andere culturen. “Nederlanders kennen de herkomst van onze cultuur niet zo goed. In onze cultuur zijn er altijd buitenlandse invloeden geweest. De tegelmotieven die ik heb gebruikt in deze tentoonstelling komen oorspronkelijk ook niet uit Nederland. Na de val van Antwerpen kwamen veel majolica bakkers in de Gouden Eeuw naar ons land. Zij namen de techniek en de motieven mee hier naartoe. En die motieven zelf kwamen nog weer uit zuiderlijke gebieden rond de Middellandse Zee. En die kwamen oorspronkelijk weer van nog verder weg…
En zelfs de boerenzakdoek. Hollandser kan het niet, denk je. Maar ook de motieven daarop zijn ooit door de VOC vanuit het Verre oosten hierheen gehaald.”

Voortbouwen op historie

We moeten juist voortbouwen op deze historie. “Wie naar de geschiedenis kijkt ziet dat er constant dingen veranderden. Cultuur is niet een vastomlijnd star iets. We moeten de geschiedenis meenemen en daar niet alleen onze eigen dingen aan toevoegen, maar ook de invloeden van anderen een plek in geven.”

Te zien van 5 tot en met 30 november 2018 in het Atrium.

2071 getoond, 79 bekeken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Om Spam en automatische reacties te voorkomen aub onderstaande beantwoorden *