Een bijzonder Haags weekend

Er was weer veel te doen. Een stad in kerstsfeer al of niet opgefokt. Koren draaien hoogtijdagen, blaaspoepen treden alom op. In de Keizerstraat liepen verklede muzikanten, die door een passerende dame als “wat een enige Dickersfiguren” werden geprogrammeerd. Wat trouwens Charles Dickens, die met zijn enge spook/kerstverhaal blijkbaar een “trend sette” met onze Nederlandse kerstmis te maken heeft weet ik niet.

In Haarlem heet het dan nog Anton Pieck-feest, die overigens net zo’n romantisch besneeuwd landschap met arrensleeën, luifel- en hoge hoeden creëerde in die popperige stijl die het “publiek'” leuk vindt en die met een romantisch verlangen te maken heeft. De wereld van computers, telefoons is blijkbaar te weinig romantisch. Eigenlijk had ik over alles wat er in Den Haag gebeurde wel drie blogs kunnen schrijven, maar laat ik maar een kort stukje schrijven en het geheel wat beeldend illustreren.

Vrijdagavond was ik in theater Dakota bij Hans Steijgers “Carpe Diem“, die met zijn ensemble een prachtig programma met chansons bracht, waaronder veel liedjes over Den Haag. Ik was overdonderd door de architectonische schoonheid van het gebouw van architect Sjoerd Schamhart. Ik dacht met weemoed aan de forse discussies die je met hem kon hebben, hoe groot hij was, waarom zo’n mooi gebouw als de Scholengemeenschap Simon Stevin zo lang heeft leeg gestaan en hoe jammer het is dat het HOT-theater niet meer bestaat.

Misschien kan het intieme Dakotatheater die functie wel overnemen. Ik vond alleen de boerenkool van wat de daghap heet met worst wel erg droog. Medehagenaar Dolf Brouwers had ooit een liedje over “vette sjuu”. Misschien moet Hans dat in zijn volgende programma meenemen; evenals de keuken in het theater.

In Pulchri Studio (Pulchri in de wandelgangen) werd vrijdagmiddag een zeer bijzondere tentoonstelling geopend. Het ging om variaties op het thema ‘stilleven’. Ongelooflijk fascinerend. Stillevens die of de rust uitstraalden of vol beweging waren. Pulchri is uniek: Meer dan 400 (!) kunstenaars zijn er lid van. De tentoonstellingscommissie kan uit die veelheid van werken kiezen. Een goede galerie creëert kwaliteit uit 20 kunstenaars misschien: Pulchri kan over een veelvoud daarvan beschikken: jong en oud, abstract of figuratief werkende kunstenaars, beeldhouwers (of zoals wederom een passerende dame zei “Beeldhouders, maar die dame heeft het waarschijnlijk ook over “luiwers”als ze luiers bedoelt) schilders, fotografen en aquarellisten.

Weer viel mij op hoe mooi de Mesdagzaal is met zijn invallend licht van boven. Hoe flexibel de zaal is. En wie er allemaal waren. We zagen Jaap Ploos van Amstel, Ingrid Rollema ( zij maakte de Haagse dame die in de wagenstraat voor de Bijenkorf staat), die niet meer aan de Vrije Academie verbonden is. Ik zag Loek Bos, die elders in Pulchri exposeert met fijnzinnig beeldhouwwerk. Ik merkte ook op dat de verhouding tussen Loek en de vertegenwoordigers van STROOM wat onderkoeld is geraakt sinds het levendige interview in Den Haag Centraal, waarin Loek, naar mijn gevoel zelfs voorzichtig, opmerkingen maakt over deze gemeentelijk gesponsorde organisastie.

Er waren ook een tweetal artistieke honden bij de opening aanwezig. Hun instemmend geblaf na de woorden van de voorzitter deden de sfeer geen geweld aan. Voor mij persoonlijk was de inleiding van Jan Six fascinerend: Ik stond oog in oog met een liefhebber van eigentijdse kunst die regelrecht afstamde van de liefhebber eigentijdse kunst uit de 17e eeuw die ook Jan Six heette en Rembrandt stimuleerde. Over traditie gesproken.

Pulchri is een kunstinstelling op internationaal niveau. Ga eens kijken; het kost niets, dus kan nooit tegenvallen. En de keuken is uitstekend. Ik vind het ’s zomers de meest aangename en luwe plek om op de binnenplaats van de zon te genieten.

Zondagmiddag haastten wij ons naar de Haagse Kunstkring om de verjaardag van Yvonne Keuls te vieren. Zij werd tachtig en was reeds gehuldigd in het Letterkundig museum, waar over haar een schrijversprentenboek verscheen onder de titel “Gedragen op de wind” en dat te vinden is bij boekhandel Paagman. Met bevriende leden in de organisatie waar zij zo lang lid van is, is het natuurlijk toch wat anders: Je bent onder elkaar.

Toen we aankwamen was de zaal nog woest en leeg. We zetten, met een wijnglas in de hand, de stoelen neer, wat moeilijk ging. Eén lid had een grappige hoed op, die leuk afstak tegen de beeldende kunst die de muren bedekte.

Uiteraard ging het om Yvonne Keuls, die er geweldig goed uitzag voor haar leeftijd. Deze schrijfster die zowel voor tv en toneel werkte, vertegenwoordigt veel typisch Haagse dingen. Ze is half Joods, half Indisch. Ze bewerkte “De boeken der kleine zielen” voor de tv. Een prachtige serie met grote acteurs, in mooi zwart-wit met die melancholieke muziek van Alexander Voormolen, een “typisch” Haagse componist, die, hoewel hij niet uit onze stad afkomstig was, hier werkte en de stad in zijn hart had gesloten. Bekend door de Baron Hopsuite, schreef hij een concert voor twee hobo’s en orkest, dat één van de mooiste is die in Europa geschreven zijn in de 20ste eeuw. Het tweede deel hiervan werd gebruikt als de herkenningsmelodie. Yvonne Keuls werd verder bekend met de sociale romans “Jan Rap en zijn maat” (die ook voor tv bewerkt werd), “De moeder van David S.” en natuurlijk “Het verrotte leven van Floortje Bloem”.

In de doorwrochte toespraak van Rob Scholten over “De humor in het werk van Yvonne Keuls” waren een tweetal voordrachten ingevlochten. Uit haar  Indische werk  hoorden wij een dialoog tussen een dove tante Prul en een familielid dat haar een gehoorapparaat toewenst. Yvonne Keuls speelde vol verve en met ongelooflijke vitaliteit de dove tante, tante Prul.

Hans Steijger speelde een “lang zal ze leven” toen de taart werd aangeboden met een brandend kaarsje en zong daarna het lied dat hij voor haar had geschreven: Een klein stukje weemoed van de Haagse Chansonnier, die ook zo’n voortreffelijk pianist is.

Daarna dronken wij Yvonne toe. Ik ging op zoek naar Vilan van der Loo, die ik graag eens de hand zou willen schudden.Ik had haar ook bij Pulchri gemist. Maar hoewel er een dame was met prachtig rood haar verzekerden betrouwbare bronnen mij, dat het kapsel van Vilan wilder en krullender was en dat deze dame, later hoorde ik dat ze beeldend kunstenares was, derhalve niet Vilan was. Ik heb toen maar een foto gemaakt van Yvonne Keuls. Zo wil ik ook tachtig worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Om Spam en automatische reacties te voorkomen aub onderstaande beantwoorden *