Klimaat als mensenwerk / Climate as artifact in Electriciteitsfabriek

Onlangs kreeg ik van Francois Lombarts van de Satellietgroep een rondleiding door de tentoonstelling ‘Klimaat als mensenwerk / Climate as artifact’ in de Electriciteitsfabriek. Terwijl er wat verder weg een kleine conferentie aan de gang was, bekeken we het werk van een aantal kunstenaars. Esther Kokmeijer was bezig een vaartuig op te bouwen. Het geraamte lag al gereed. Daarnaast waren er foto’s en documentatie over wat de stijging van de zeespiegel voor de Marshall eilanden zou kunnen betekenen.

Esther Kokmeijer – Deep meaning of voyaging voor Satellietgroep, Klimaat als mensenwerk – Climate as Artifact.

De golven lezen
Kokmeijer reisde in het voorjaar van 2018 met de Nederlandse oceanograaf Gerbrant van Vledder naar de Stille Oceaan, op zoek naar oorspronkelijke navigatietechnieken voor reizen over zee tussen de eilanden. Een van de minst en laatst begrepen navigatietradities is afkomstig van de Marshall-eilanden, waar ‘navigators’ land op afstand kunnen voelen door te detecteren hoe eilanden de golfbeweging verstoren. Ze ‘lezen’ de golven. Deze traditionele vaardigheden zijn bijna uitgestorven als gevolg van een rampzalige benadering van de natuur, onder druk van kolonialisme en hedendaags wereldwijd kapitalisme.

Voor Klimaat als mensenwerk heeft Kokmeijer Isocker Anwel – kanobouwer van de Marshalleilanden – uitgenodigd naar Den Haag om tijdens de tentoonstelling  een traditionele ‘outrigger canoe’ te bouwen. Wat kunnen we leren van een andere relatie met onze leefomgeving en zal dit tot meer solidariteit met het landschap leiden? Het is de eerste keer dat Anwel zijn eiland verlaat.

We liepen vervolgens naar een licht omzettend apparaat van Berndnaut Smilde, Sun Following Prism heette het werk. Ik kende Smilde van zijn plotseling verschijnende wolken binnenshuis die even zo snel weer verdwijnen. In Sun Following Prism kan een apparaat zonlicht via een mechanisme sturen. Het beste resultaat krijg je als je de ideale hoek van de zon volgt. Op het verre scherm waar de conferentie gaande zag ik op het scherm een kleurenspectrum.

Bakstenen tellen
Vervolgens Sachi Miyachi uit Japan. Zij probeerde een relatie met gebouw van de Electriciteitsfabriek aan te gaan. Ze heeft het plan de bakstenen te gaan tellen, en daar op de muren van het gebouw verslag te gaan uit te brengen. Miyachi: “In de Electriciteitsfabriek zie je voorwerpen, zoals een koffiekopje, een baksteen, een stalen pilaar en een betonnen vloerblok; allemaal kunnen ze naar dezelfde oorsprong worden getraceerd. Het menselijk leven is geen uitzondering. In wezen zijn we allemaal een metamorfose van sterrenstof, tijdelijk magnetisch geaard op aarde.”

NB: Sachi heeft inmiddels al 230.000 bakstenen geteld.

Golven in textiel
Kadans heet het werk van Aliki van der Kruijs en Jos Klarenbeek. Ze proberen de patronen van de golven op zee vast te leggen in textiel. Ik zag een weefgetouw en patronen op een scherm  die werden aangestuurd door gegevens afkomstig van boeien en platforms op zee. De golfpatronen vertaald in textielpatronen.

Aarde eten
Witte en bruine balletjes en wat grotere bruine vormen, keurig naast elkaar. Het maakte deel uit van het werk van de Russische kunstenaar Masha Ru. Zij Ru is gefascineerd door geofagie – het eten van aarde en aarde-achtige stoffen. In een aantal landen over de hele wereld is het een veel voorkomende culturele, spirituele of helende traditie. In Europa en de VS wordt het officieel beschouwd als een psychische aandoening, die bekend staat als pica. Het eten van aarde in Ru’s werk raakt aan cultuur, spiritualiteit en verslavingen.

Voor het Museum of Edible Earth verzamelt Ru monsters van eetbare aarde van over de hele wereld. Ze reisde naar Guatamala, Suriname en Indonesië om op locatie te zoeken naar de oorsprong van tradities en het hedendaagse gebruik van grondstoffen. Zij had nu contact met de afdeling archeologie van de gemeente Den Haag over wat er in Nederland in de ijzertijd werd gegeten. Tijdens de tentoonstelling organiseert Masha een aantal proeverijen.

Koffiepauze
Maurice Meewisse zagen we op een scherm aan het werk op het strand bij de Zandmotor, ietsje verder dan het Zuiderstrand. Ernaast stond een doos met vlaggen en spades. Al gravend in het zand haalde hij er stenen uit waarvan hij krukjes maakte. Francois Lombard: “Maurice neemt mensen mee naar de Zandmotor en gaat daar met hen graven. Nu is hij bezig de sleuf dicht te maken. Bij al dat werk hoort een koffiepauze. Iedere dag is het om 15.00 uur koffiepauze. De vlag markeert de plek waar koffie gedronken wordt.” Meewisse beschouwt de Zandmotor in zekere zin als een industrieel landschap, het resultaat van menselijk streven, ook al wordt het ervaren als de natuur. Vandaar die koffiepauze, een zeer belangrijk dagelijks ritueel.

Tijdens de tentoonstelling maakt Meewisse zijn tweede werk, de premiere was op 8 november.

Zinkend landschap
Voice of a Sinking Landscape heette de polder die Josje Hattink gecreëerd had. De polder zakt en het waterpeil blijft gelijk. Wat daaraan te doen? Ze had daarvoor de bewoners van de Horstermeerpolder benaderd die in 2010 een staatsgreep pleegden en inmiddels een vrijstaat uitgeroepen hebben, compleet met vlag en volkslied. In drie microfoons waren de stemmen van de bewoners te horen. Hattink: “Wat mij betreft is de Horstermeerpolder een microkosmos. Ik zie dit landschap als een poëtisch toneel voor een klein verhaal over hedendaagse politiek en klimaatvraagstukken.”

Disco Steen
Het leek wel een stuk meteoriet, die Giuseppe Licari aan een draad had opgehangen. Maar het was kunstmatige steen, een glasachtige obsidiaansteen, geïnspireerd door slaksteen, een afvalproduct van de staalindustrie. Disco Stone, zoals het werk heette, is gemaakt van epoxy. “Het materiaal van onze eeuw, dat lijkt op glas maar kunstmatig is, zoals het staalafval en vrij giftig. Het werk weerspiegelt als een metafoor onze planeet en onze hebzucht naar hulpbronnen. We geven vorm aan het landschap maar tegelijkertijd worden we gevormd door het landschap.”

Panorama
We liepen de trap op naar de eerste verdieping en zagen daar aan de buitenkant over de hele rondte een wit canvas van 120 meter, vervaardigd door Maurice Bogaert. Lombard: Bogaert beschouwt dit gebouw als een landschap. Het is een soort panorama waardoor je het gebouw kunt ervaren. De beleving van een landschap of zogenaamde natuur is niet eenduidig, maar onderhevig aan tijdgeest. Deze installatie is wit, en ontsnapt daarmee aan de romantische illusie van het weergeven van een idee over landschap. De bezoeker begeeft zich als het ware in een ongedefinieerde filmset.”

Thijs Ebbe Fokkens had twee cirkelvormige gaten in de bodem open gemaakt en gevuld met ‘de archeologie van de toekomst’. Een soort orakels, om het ‘zwarte gat’ in te vullen.

Recepten uit de tijd van de VOC
Onkruidenier Rosanne van Wijk is bezig met recepten uit de tijd van de VOC. Haar mede onkruideniers Jonmar van Vlijmen en Ronald Boer zijn nu even in Taiwan. De ingrediënten lagen in hoopjes klaar: zand, suiker, rijstmeel en schelpen. Die wil ze mengen en er vervolgens cement van maken. Op deze manier brengt ze de wereld van de kust (zand en schelpen) samen met de wereld van de supermarkt (suiker en rijst) en transformeert dat tot een artistiek bindmiddel tussen natuur en cultuur en tussen Oost en West.

We gingen weer naar beneden. De conferentie was nog aan de gang. Francois Lombard. “Nu staat het werk van Theun Karelse centraal en meer specifiek de rol van het veldwerk. Hij is een ervaren waarnemer van landschappen. De komende weken is er iedere week een ander programma waarbij kunstenaars een presentatie geven, in woord en/ of in film.”

De tentoonstelling loopt nog tot 18 november.

2638 getoond, 50 bekeken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Om Spam en automatische reacties te voorkomen aub onderstaande beantwoorden *