Tentoonstelling Alexej von Jawlensky in het Gemeentemuseum t/m jan 2019

Onlangs hadden we een voorbezichtiging van de tentoonstelling van de werken van de Russische expressionist Alexej von Jawlensky in het Gemeentemuseum.

De kleuren spatten van zijn schilderijen, bijvoorbeeld in zijn zelfportretten, maar ook in zijn stillevens en landschappen. Het expressionisme kwam in Duitsland vlak voor de Eerste Wereldoorlog op in twee steden: Dresden en München. In Dresden was de kunstenaarsgroep Die Brücke actief, met Ernst-Ludwig Kirchner, Emil Nolde en Max Pechstein.

Der Blaue Reiter
In München verenigde een groep kunstenaars zich in Der Blaue Reiter. Belangrijke figuren hierin waren Alexej von Jawlensky en Wassily Kandinsky, beiden oorspronkelijk uit Rusland afkomstig. Von Jawlensky was samen met Marianne von Werefkin, vriendin, collega-schilder en mecenas, in 1896 uit Petersburg naar München vertrokken. Naast de stad verbleven ze ook op het nabijgelegen platteland, in het bijzonder in het dorp Murnau.

De kunstenaars wilden met een vrije expressieve beeldtaal door middel van kleur en vorm uitdrukking geven aan hun innerlijke beleving. De kunstenaars uit München hadden daarnaast een bijzondere belangstelling voor het spirituele, ook doordat ze uit een land kwamen waar schilderijen een onzichtbare, maar wel voelbare lading hebben. Met name was dat het geval in de iconen, waarin een ‘levende kracht’ gevangen zit.

Iedere kleur spreekt een eigen taal
Kandinsky schreef hierover in zijn boekje ‘Über das Geistige in der Kunst’. Hij stelde dat kleur en klank psychologische effecten hebben op de menselijke ziel. Hij ontwierp een klankkleurtheorie op, die grote invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de twintigste-eeuwse kunst. Volgens Kandinsky spreekt iedere kleur een eigen taal met een eigen expressie en zit in elke kleur een vorm en ziel. Verschillende kleuren samen zullen een innerlijke beleving bij de beschouwer bewerkstelligen.

Voor Jawlensky bestond de wereld uit deze en gene zijde, een aardse en een bovenaardse sfeer. Die beide sferen waren niet van elkaar te scheiden. Het duurde evenwel een flinke tijd voordat hij in het goede spoor zat. Hij zei daarover: “Ik begon iets te schilderen om met kleuren uit te drukken wat de natuur me influisterde. Met hard werken en de grootste spanning vond ik gaandeweg de juiste kleuren en vormen om uit te drukken wat mijn geestelijk ik verlangde.”

Jawlensky was daarbij geïnspireerd door het werk van Van Gogh, Gauguin en Matisse, maar ook door zijn directe Blaue Reiter collega’s Werefkin, Kandinsky en diens partner Gabriele Münter. In de zomer van 1908 kwam hij met hen in het dorpje Murnau los van de academische tradities en impressionistische invloeden en legden ze met hun emotioneel geladen landschappen de basis van het lyrisch expressionisme.

Steeds hetzelfde uitzicht
Vanwege de Eerste Wereldoorlog moet hij tot zijn grote verdriet Duitsland verlaten. Hij komt terecht in Saint-Prex, een dorpje aan het meer van Genève. Daar heeft hij een klein kamertje als atelier. Als een monnik schildert hij telkens weer het uitzicht uit zijn enige raam. Daar ontstaan de eerste Variationen: landschappen in heldere kleurvlakken op klein formaat. Als hij Sint-Prex verlaat, naar Zürich, Ascona en tenslotte Wiesbaden, blijft hij doorwerken aan de serie steeds abstracter wordende landschappen. Ook zijn vrouwenkoppen gaat hij steeds meer vereenvoudigen.

Zijn werkt wordt meditatief, een herhaling van het thema in steeds iets andere kleuren. Als hij verlamd raakt aan vingers en ellebogen schildert hij met gestrekte armen en zijn penseel tussen zijn landen vastgeklemd. Zo ontstaan tussen 1934 en 1937 duizend Meditationen, klein van formaat, niet groter dan 18 x 13 cm. Aan die Meditationen en daarnaast bloemstillevens blijft hij tot het eind van zijn leven werken.

Invloed op Minimal Art
Met deze laatste series had Jawlensky een grote invloed op de kunstenaars van de Minimal Art zoals Carl Andre en Sol LeWitt. Ook Joseph Beuys’ sjamaan-achtige kunstwerken zijn verwant aan het werk van Von Jawlensky.

De tentoonstelling is samengesteld door Daniel Koep en Doede Hardeman van het Gemeentemuseum. Veel werken zijn uitgeleend door het Museum Wiesbaden, dat de grootste collectie werken van Jawlensky heeft. Ook kleindochter Angelica Jawlensky stelde een aantal werken ter beschikking voor de prachtige expositie. In ruil voor de Jawlensky werken leende het Gemeentemuseum aan Wiesbaden Mondriaanwerken uit voor een Mondriaan-tentoonstelling aldaar. Gaat dat zien.

Tot en met 27 januari 2019.

2219 getoond, 50 bekeken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Om Spam en automatische reacties te voorkomen aub onderstaande beantwoorden *