Wel en wee van de Haagse Bethlehemkerk

Laan van Meerdervoort, Bethlehemkerk (foto Jan Fokkema)

Laan van Meerdervoort, Bethlehemkerk (foto Jan Fokkema)

Wie vanuit de Laan van Eik en Duinen richting Laan van Meerdervoort rijdt, ziet een monumentaal gebouw oprijzen. De fraaie Bethlehemkerk met haar ranke toren, het fraaie interieur en zijn welluidende orgel. Nu een monument, maar eens bijna verdwenen uit het stadsbeeld.

Een nieuwe Hervormde kerk in Den Haag
In het begin van de vorige eeuw – Loosduinen is dan nog een zelfstandige gemeente – stelt de westelijke bebouwing van Den Haag nog weinig voor. Pas in 1914 begint men te bouwen in de Bomenbuurt. In 1920 volgt de Bloemenbuurt. De nieuwe wijken tellen duizenden hervormden. Zij kerken in de Regentessekerk (Regentesseplein) en de Bethelkapel (Thomas Schwenkestraat). Die godshuizen zitten echter boordevol. Een nieuwe, tiende Hervormde Kerk is nodig in de stad. Helaas ontbreekt het geld. Een particuliere inzameling is succesvol. Mede dankzij de ‘kleine luyden’, zoals dienstbodes, die één gulden schenken. Na de nodige bouwperikelen komt de kerk in juli 1923 gereed.

Nieuw voor oud
Het nieuwe godshuis krijgt de naam Bethlehemkerk. Ter vervanging van haar naamgenoot de Bethlehemskerk in de Breedstraat nabij de Torenstraat (de s is stilletjes verdwenen). In 1928 wordt die kerk verkocht aan de firma Corvey en gebruikt als papieropslag. De oude Bethlehemskerk was eigenlijk een zogeheten Armenkerk, dat wil zeggen kerkgangers hoefden geen plaatsengeld te betalen. Het sluiten van een Armenkerk betekent natuurlijk niet dat er geen armen meer zijn: een bekende misvatting in Nederland.

De jaren dertig
De crisisjaren zijn voor de kerk gouden jaren. Zondags wonen vele honderden hervormden de diensten bij. In 1932 wordt het wijkgebouw Eltheto (Azaleaplein) aan de kerk vastgebouwd. Uitbreiding van de kerkelijke activiteiten is nu mogelijk: zangkoor, muziek(uitvoeringen), bazaars en dergelijke.                      De dienst wordt regelmatig bezocht door koningin-moeder Emma. Zoals te doen gebruikelijk is in de Hervormde Kerk (de vroegere staatskerk) is een loge aanwezig voor eventueel koninklijk bezoek. Emma neemt altijd drie zilveren guldens mee, die zij voor zich neer legt. Vergeet de koningin-moeder een collecte, dan weet de koster waar de gulden thuishoort.

De oorlogsjaren
Ook voor de kerk zijn de oorlogsjaren weinig vreugdevol. Kenmerkend is dat het godshuis onderduikers herbergt. Er volgt een inval van de Duitsers. De koster houdt de soldaten aan de praat tijdens hun zoektocht. Het luik wordt slechts door een kleedje aan het zicht onttrokken. Gelukkig worden de onderduikers niet ontdekt. Dankzij de koelbloedige koster, wiens eigen zoon nota bene tot de onderduikers behoort.                                                                         Dominee Straatsma herdenkt na de oorlog de (hongerwinter)slachtoffers: zoveel doden, geen tijd voor begrafenissen, geen hout voor de doodskisten…..

De naoorlogse jaren
In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw zet de geloofsafval in. Minder gelovigen en nog minder kerkbezoek. De kerk telt zondag vele lege plekken. Bovendien is het kerkgebouw er slecht aan toe. Voor de broodnodige restauratie ontbreekt het geld. Sluiting of sloop dreigt. Een architectenbureau ontwerpt zelfs een plan dat uitgaat van een verbouwing tot een complex etagewoningen. Gelukkig komt het niet zo ver. Dankzij een royale subsidie van het Ministerie van Sociale Zaken en een inzameling in eigen kring kan een grootscheepse restauratie plaatsvinden. Jammer dat bij de verbouwing veel glas-in-lood-werk verloren gaat en dat de koninklijke loge wordt dichtgemetseld.

Het hier en nu
De Bethlehemkerk zit zondags nu weer redelijk vol. Dit valt toe te schrijven aan de sluiting van diverse protestantse kerken in de afgelopen decennia. Dat geldt zowel voor de gereformeerde als de hervormde kerken. Die zijn ondertussen gefuseerd tot de PKN. Die afkorting staat niet voor de communistische partij van Nicaragua, maar voor de Protestantse Kerk van Nederland. Dankzij dat samengaan kunnen gereformeerden nu zonder gewetensbezwaar een (voormalige) kerk van die ”lichte” hervormden bezoeken. Ofwel hervormden op grote wielen, zoals die in gereformeerde kringen wel werden betiteld. Die uitdrukking berust op het feit dat sommige hervormden maar drie keer in hun leven (op wielen) in de kerk kwamen. Bij de doop (kinderwagen), bij het trouwen (per koets) en bij de begrafenis (begrafeniskoets of -auto).                              Inmiddels is de Bethlehemkerk tot monument verheven. Van sloop is dus geen sprake meer.

3808 getoond, 399 bekeken

2 thoughts on “Wel en wee van de Haagse Bethlehemkerk

  1. Het wijkgebouw heet Eltheto niet Eltheo zoals hierboven.
    Als kind woonde ik er om de hoek in de Klimopstraat en ik ben er gedoopt (1950). Vanuit de Prins Mauritsschool, aan de Resedastraat, hadden we daar de kerstvieringen met een kerstspel. Ook ben ik regelmatig in Eltheto geweest voor kinderkerk e.d. Dit tot we in 1958 zijn verhuisd naar het Statenkwartier.

  2. Mijn vader woonde in de Vogelkersstraat tijdens de oorlog en vertelde dat een Engels vliegtuig achterna gezeten werd door een Duitse jager en deze laatste door een manoeuvre van de Engelsman tegen de toren te pletter zou zijn gevlogen , kan iemand dat bevestigen ?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Om Spam en automatische reacties te voorkomen aub onderstaande beantwoorden *