De wereld van de Haagse kunstenaar, 78 – Conny Kuipéri

Portretfoto Conny Kuipéri gemaakt door Esther van der Wallen

Portretfoto Conny Kuipéri gemaakt door Esther van der Wallen

In de etalage van de woning van Conny Kuipéri is in de decembermaand een toepasselijk beeld van een engel met een kruis aan haar hals te zien. De engel heeft grote handen ten teken van haar wil om mensen te helpen. Het beeld is omgeven door bijpassende zwart-wit foto’s van Frederick Linck, haar echtgenoot.

Iedere maand is er een andere opstelling in de etalage in de Amsterdamse Veerkade, met objecten van Conny en foto’s van Frederick. Het zijn meestal dierobjecten. Binnenkort, als het Nieuwe Chinees Nieuwjaar er aankomt, komt er een object van een hond van goudkleurig karton volgens de Chinese papierknipkunst. 2018 is namelijk het jaar van de hond. De woning van Conny en Frederick bevindt in het Haagse Chinatowngebied, met niet ver van hen vandaan een van de prachtige Chinese poorten.

Dierobjecten
“Gefascineerd door de symbolieken van dieren in de taal- en schilderkunst van eeuwen geleden maar ook verbaasd over de hypocriete houding van mensen ten opzichte van dieren vandaag de dag ben ik in eerste instantie een serie dierkopjes gaan maken. De dierkopjes zijn een verwijzing naar het nut van dieren als consumptie- en amusementsartikel, maar ook als troostobject. Ik heb zo’n 50 dierkopjes gemaakt en de meesten ervan verkocht door de loop van de tijd. Zodra het maken van een dierobject een routineklus wordt, stop ik er mee, omdat de spanning er af is en de verwondering over datgene wat ontstaat. Zo’n proces voltrekt zich heel geleidelijk, je raakt uitgekeken op hetgeen waar je mee bezig bent en je vindt geen nieuwe vorm meer. Dit dierproject heb ik afgesloten door de monotypes in een twee meter hoog kruisvormig object van kippengaas op te sluiten. Daarmee heb ik willen aangeven dat het onze illusie is  gedomesticeerde dieren hun vrijheid terug te geven, omdat ze na domesticering niet meer zelfstandig kunnen overleven. Kenmerkend voor mijn werk is dat ik tekeningen transformeer tot een ruimtelijk object. Tekeningen op papier zijn kwetsbaar daarom behandel ik ze eerst met boekbinderslijm om ze vervolgens met draad of lijm met stevigere materialen als textiel, rubber en plastic te verbinden. De objecten worden geconserveerd door eerst een textielverharder erop aan te brengen en vervolgens een laklaag, waardoor ook een eenheid in de verscheidenheid van de gebruikte materialen ontstaat.”

Niets dierlijks is ons vreemd
“In 2011 heb ik onder de titel Niets dierlijk is ons vreemd’ een tentoonstelling gemaakt van dierkopjes en diermaskers. Wat brengt de mens er toe om hun gezichten te besmeren en te versieren of het te bedekken met een masker. Is dat de mythische rite die zo in onze genen zit dat we er steeds weer naar teruggrijpen om onze positie te tonen? In deze maskers heb ik uitdrukking willen geven aan de eeuwenoude relatie tussen mens en dier. Vele culturen dichten dieren belangrijke eigenschappen toe waarvan een mens kan leren of die ten diensten staan van de mens. Onze eigen gekheid en gebreken maken we vaak kenbaar via de eigenschappen die we dieren toebedelen. Dat is al eeuwen zo, denk aan sprookjes en bijbelverhalen, hoewel het niet altijd meer duidelijk is welk dier men welke eigenschap wil meegeven; de aap stond vroeger model voor het kwaad en afgoderij, tegenwoordig voor een jongetje dat ‘kattenkwaad’ uithaalt. Terwijl de duif de tijd overleeft als vredesymbool. Voor mijn objecten gebruik ik vaak alledaagse voorwerpen en afgedankte materialen, niet alleen een statement tegen de consumptiemaatschappij maar ook om de schoonheid van de vergankelijkheid te laten zien. Zo heb ik voor de diermaskers stukjes bont gebruikt, die ik van diverse mensen aangereikt kreeg. Bij erfenissen komen nog vaak bontjassen boven tafel waarmee de erven dan in hun maag zitten. Weet wel dat destijds in de jaren dertig van de vorige eeuw gezegd werd; wees zuinig op je bontjas want in tijden van armoede geeft deze je warmte. Als eerbetoon aan de dieren die ons hebben getooid en ons warmte hebben gegeven heb ik dit bontmateriaal in de maskers verwerkt. Zo heb ik als het ware postuum een monument voor ze opgericht.”

De boom
Haar eerste grote thema was de boom. Daarmee is ze afgestudeerd in 2006 aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag; mobiele bomen op wieltjes als verwijzing naar de maatschappij waarin we alles naar onze hand willen zetten.  Met de boomscheppingen vergeleek ze het stervensproces in de natuur met het stervensproces van de mens. Van takken en boomstronken, die ze vond in het bos van Clingendael, formeerde ze een nieuwe boom – met de titel Herfst – op een bagagewagentje en van jonge takken ‘Lente’ op een kinderwagentje.

“Mijn vader lag op sterven en ik probeerde de vergankelijkheid te bezweren met het maken van deze boomobjecten, een ritueel bezweringsproces.” Ze kreeg vervolgens de vraag om in de tuin van een landgoed iets met de bomen te doen. Om de bomen heen bevestigde ze een band met bouwstenen ter grote van 25 bij 30 cm, ten teken van verbinding. Elke steen heeft een eigen stof, actuele portretfoto uit de krant en een gebitafdruk dat staat voor uniciteit en communicatie.

Conny: “Verbinden en verbindingen maken doe ik heel letterlijk door allerlei materialen aan elkaar te naaien of te plakken en figuurlijk door gedachten, emoties en ervaringen aan elkaar te koppelen.” In de kamer zie ik aan de muur blokken met foto’s van mensen met gebitten die openstaan. Een stuk of acht onder elkaar. “Die gebitsafdrukken van onbekende mensen heb ik gekoppeld. Zo verbond ik mensen die elkaar niet kennen met elkaar.” De gebitsafdrukken, weggooimateriaal, haalde ze op bij een tandtechnisch bureau, dozen vol. De objecten die ze rond bomen maakte bleken aantrekkelijk te zijn voor dieren: de insecten, vogels en zelfs ratten kropen erin. “Geweldig vond ik dat omdat daarmee weer nieuwe verbindingen werden gemaakt, de natuur hielp een handje mee. De steentjes hebben een jaar in het park gehangen en daarna heb ik ze verwerkt in een twee meter groot sacraal kruisobject wat het leven symboliseert in al zijn vergankelijkheid.”

Ze maakt nog regelmatig boomobjecten. Een vogelboom, een kerstboom tot kruis getransformeerd, een stadsboom van etalagemateriaal, de ‘boomschepping’ met hoorns en bont, Lost Paradise, een boom van getekende dieren, de Kennisboom, opgebouwd met dierobjecten, een schuin gegroeide Arubaanse ‘waaiboom’, een boom met een schors van satéprikkers, een boom van groen plastic en een Mariaboom. Conny: “Het heeft allemaal met verbinden te maken. Mijn eerste expositie, bij Pulchri in 2009 onder de titel ‘Een boompje opzetten’ betrof een tiental boomobjecten als ornamenten gepresenteerd op een lange tafels met witte kleden, daarmee verwijzend naar vroegere tijden dat tafelstukken tijdens diners in de gegoede kringen dienden om de conversatie gaande te houden.”

Verbindingen leggen
Conny vindt het mooi om verbindingen te leggen. “Daarvoor ben ik in de wereld, heb ik het gevoel. Ieder mens heeft iets waarom hij of zij op de wereld is gekomen. Frederick is docent en is op de wereld om kennis door te geven. Ik maak verbindingen: letterlijk door materialen aan elkaar te naaien of te plakken en figuurlijk door mensen met elkaar in contact te brengen.” Ook de sociale media hebben het doel om verbindingen te leggen, maar daarover is Conny minder enthousiast. “We denken dat we veel contact met elkaar hebben via Facebook en andere sociale media, maar dat is maar een kant van de zaak. Het is de vraag hoe diep het contact gaat. Die media zijn er vooral om geld te verdienen. Ik ben van de oudere generatie, ik weet niet hoe ik erin zou staan als ik jonger was, maar ik zie ook nadelen: het is slecht voor je houding en je wordt er bijziend van volgens recent onderzoek. Wordt de jonge generatie hiermee echt 100?”

Religieuze symboliek
Tot slot: wat is haar filosofie? “Ik wil zo lang ik daarvoor de mogelijkheid  heb me door ontwikkelen, niet blijven hangen. Ik heb reeksen gemaakt, die op zeker moment stopten. Kennelijk is dat onderwerp dan afgesloten. Ik ben steeds bezig met dingen te verbeteren en scherper te maken. Symboliek blijft daarbij een groot issue: met name hoe hebben kunstenaars, ook uit het verre verleden, naar iets gekeken? Er is zo veel symboliek, religieuze en algemene symboliek. Religieuze symboliek zal er altijd zijn, het neemt wel andere vormen aan. Na de hond, een van de diertekens van de Chinese astrologie, ga ik het lam als symbool van de Christelijke religie uitwerken. Het is voor mij iedere keer weer een verrassing wat het uiteindelijke resultaat is. Dat klinkt vreemd als je vooraf onderzoek doet maar het  gebruik van materialen als papier en textiel stuurt vaak het proces.”

 

760 getoond, 81 bekeken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *